zondag 19 februari 2017

Marokko, februari 2017


3 Kilometer onder El Argoub overnachten we bij kliffen en een baai. De volgende dag rijden we naar Dakhla om diesel te tanken en vis te kopen. De diesel in Dakhla is op en qua vis is er weinig te krijgen omdat het zeewater nog steeds te koud is. We rijden het hele stuk weer terug en tanken aan het begin van het schiereiland. Via asfalt gaan we naar Aousserd dat 200 km. verderop in het zuidoosten ligt, niet ver van de noord-zuid wall, die Marokko scheidt van de Sahrawi’s . De eerste 100 km gaan door kaal en vrij saai woestijngebied, maar daarna wordt het landschap groener en savanne-achtig. 20 Kilometer voor Aousserd nemen we een zanderige piste naar de bergformatie Laglat Deramane. Een bijzonder mooie omgeving die Mauritaans aandoet.
 
Laglat Deramane
 


Het dorp Aousserd is niet meer dan een militaire basis met een benzinestation en een paar winkeltjes met basislevensmiddelen. Ook UN Minurso heeft er een kamp. Achter Aousserd ligt een mooie bergformatie, die helaas niet toegankelijk is omdat het behoort tot verboden militaire zone. Toeristen komen hier vrijwel niet en de gendarmerie is dan ook benieuwd wat wij hier komen doen. Als ze horen dat we een piste van bijna 600 km. willen nemen naar Es Smara kijken ze zeer bezorgd. De piste gaat door militaire zone, er zijn geen dorpen en 2 meter buiten de piste rijden is volgens hun BOEM!!!  Als we laten zien dat we gps hebben en tracks op onze ipad en dat we beschikken over een satelliettelefoon, zijn ze een beetje gerustgesteld. Ze krijgen een fiche en controleren onze paspoorten en we mogen verder rijden.

De eerste 150 km. van de piste gaat over heuveltjes met zanderige oueds ertussen, vlaktes met af en toe zandstukken en wasbord  en heuvels met stenen. Het landschap is afwisselend met mooie rotsformaties, struiken, acaciabomen en blauwe lupines. Soms heeft de piste de breedte van een landrover en soms is hij een brede racebaan waar militaire bevoorradings vrachtwagens overheen denderen. Af en toe zien we nomadententen en kuddes schapen, geiten en kamelen. De temperatuur  in de woestijn is op dit moment overdag zo’n 30 graden en ’s nachts een graad of 20 lager.We overnachten in de buurt van een necropole met graven met 2 meter lange platte rechtopstaande platen steen. Dit soort tombes zijn karakteristiek voor het gebied van oued Ermima.
 
 
 
 
De 2e dag rijden we langs een grote kazerne bij Gleibat El Foula en ontdekken hier vlakbij een grote tumulus met in het midden een tombe met antennes. Die nacht slapen we in de buurt van een oued  in een savanne-achtige omgeving.  
 
De 3e dag rijden we door een anti polisario oost-west wall en komen bij de site van Gour La’wafi met puntige heuvels met op de toppen gestapelde vierkante rotsblokken waar oude gravures te zien zijn van o.a. een giraffe en een rund en van iets wat op lettertekens (Tafinaghs?) lijkt. Ook liggen er veel vuursteenwerkplaatsen en zijn er oude potscherven te vinden.
 
Gour La'wafi
 
Gour La'wafi
 
 
 
 
 
De rest van de middag blijven we op deze mooie plek staan. Af en toe komen er vriendelijke militairen in vrachtwagens langs die ons een hand geven en vragen of we water of iets anders nodig hebben. De vriendelijke en ontspannen manier waarop er met ons wordt omgegaan, verbaast ons zeer; we hadden het tegenovergestelde verwacht.

De volgende dag rijden we eerst door vrij saai heuvelachtig gebied waar veel stenen liggen en overblijfselen van oude militaire kampen. Het heuvelachtige gebied gaat over in saaie vlaktes waar slechts een enkele boom groeit en waar ook de nomaden niet willen leven. Op een gegeven moment komen we in de buurt van een militaire oefening, want we horen bommen vallen en zien rookpluimen komen uit de richting waarin wij rijden.
Woestijnvossen (fennecs) zijn blijkbaar gewend aan het geluid van vallende bommen, want we zien er een paar die hun hol vlak naast de piste hebben.



We overnachten op een vlakte bezaaid met vuursteenbrokken en -afslagen. Het enige wat we ’s nachts horen is het geluid van een uil.

De volgende 100 km. gaan over lange witte harde zand (race)banen met af en toe een mul zandstuk. De zandbanen gaan over in vlaktes met een groene waas en we overnachten bij een paar bomen op een vlakte die bezaaid is met kleine gele bloemetjes (artemisia?).

 
 

De zesde dag passeren we een aantal bewaakte waterputten die bestemd zijn voor de militairen en bereiken de asfaltweg Laayoune/Gueltat Zemmour. We rijden enkele kilometers over asfalt en vervolgen de piste richting Es Smara, waarvan het begin moeilijk te vinden is. De wind is gedraaid naar het zuidwesten en is zodanig krachtig geworden dat het stof/zand ons inhaalt terwijl we rijden. We stoppen die middag maar vroeg. Af en toe komt er een nomade langs om te vragen of alles goed met ons gaat en of er geen problemen zijn.

De 7e dag rijden we naar de pas in 2009 ontdekte prehistorische site van Laghchiwat. Een uniek gebied van 12 bij 4 km. met platte blauw/grijze marmerplaten met daarin duizenden gravures. Het is bewolkt, het waait hard en er is veel zand in de lucht. Helaas kunnen we geen enkele gravure ontdekken. Wel zien we een soort “gootstenen” met afvoergootjes boven op de marmerplaten. De rest van de dag schuilen we in de truck met als enig gezelschap een grote kudde witte en bruine kamelen met jonkies.

Laghchiwat
 
De volgende dag schijnt de zon volop en de wind is gaan liggen. Mike loopt nog eens naar de marmerplaten toe en ontdekt nu wel allemaal gravures van giraffes, herten, jagers etc. Later lezen we op internet dat de gravures van Laghchiwat alleen 2 uur na zonsopkomst en 2 uren voor zonsondergang te zien en te fotograferen zijn. We bekijken de ‘gootstenen” en de afvoergeulen nog eens nauwkeurig en komen tot de conclusie dat deze duizenden jaren geleden bewust door de mens zijn gemaakt. Wellicht zijn de gootstenen gebruikt om dieren in te slachten of vlees te bereiden en dienen de geultjes voor de afvoer van bloed.

 
 
 
Laghchiwat, gootstenen
 

Als we verder doorrijden naar Smara ontmoeten we een Italiaans echtpaar in het gezelschap van een Marokkaanse man die ook op weg zijn naar Laghchiwat.  De Marokkaanse man blijkt de ontdekker en conservator van de site van Laghchiwat te zijn. Als ik hem vraag naar de “gootstenen” blijft  hij erbij dat het door erosie ontstane bassins zijn; niet gemaakt door de mens.

We wijken af van piste RPD2 en nemen een nomadenspoor noordwaarts dat door een gebied met grote platen en brokken koraal gaat. Als Mike ’s middags de barbeque uit de garage haalt, ontdekt hij dat de Victron stroomomvormer voorover is gevallen en alleen nog aan de onderkant vast zit aan de achterwand van de woonunit. Met spanbanden probeert hij het apparaat dat misschien wel 70 kilo weegt weer tegen de wand aan te drukken en aan de onderkant te ondersteunen. Het is nu niet meer verstandig om erg stenige of hobbelige pistes te rijden.

 
 
 
De 9e dag vervolgen we de piste naar Es Smara die door militair gebied gaat. Vlakbij  een militaire schietbaan, waar op dat moment geoefend wordt, worden we tegengehouden. Een vriendelijke militair die ons hartelijk welkom in Marokko heet, rijdt ons voor om aan te wijzen hoe we om het oefenterrein heen moeten rijden. De piste stopt uiteindelijk  bij een oude Spaanse weg. Zo’n weg bestaat uit aan elkaar “geplakte” kiezelstenen waar we niet harder dan met 30 km/per uur overheen kunnen rijden.

We overnachten in de buurt van een bijna lege waterput met vies water, waar Marokkanen toch nog jerrycans komen vullen.  

10 Kilometer voor Es Smara bezoeken we een klein archeologisch museum en bekijken gravures van de site van El Asli Boukerch. Er zijn gravures uit het Tazina-, de Bovidienne- en de Libyco Amazigh-tijdperk  te zien. Een aantal rotsblokken met gravures is doormidden gebroken door de duizenden jarenlange invloed van zon, hitte en droogte.

El Asli Boukerch
 
 
 
Hebben we op 600 kilometer piste langs militair gebied geen enkele keer ons paspoort hoeven laten zien en is geen enkele keer gevraagd wat we in het gebied doen, bij Es
Smara worden we bij binnenkomst en verlaten van de stad weer uitgebreid nagetrokken.

Een stuk voor Abteh overnachten we op een verlaten plek met eierhuisjes die 4 kilometer zuidelijk ligt van de eierhuisjes die we in januari samen met Marcel en Yvon bezochten.
 
We staan een aantal dagen op camping Atlantique in El Ouatia voor wasjes, onderhoud aan truck en watertank bijvullen.  


Op weg naar Guelmim begint het te regenen en de volgende dag moeten we door wildkolkend bruin modderwater rijden om de stad in te komen. In de stad staat het water in de oueds tot aan de bodem van de bruggen. Er zijn veel mensen op de been om het waterspektakel te aanschouwen.

We blijven een paar dagen in een winderig en grijsbewolkt Plage Blanche staan. Mike ontroet de lambdasonde (zit in uitlaat), die af en toe een storingsmelding geeft. Tussen Tiznit en Agadir staan we een nachtje tussen de bloemetjes en eucalyptusbomen. Tosh is zijn ervaring van vorige jaar met een agressieve uil in het eucalyptusbos bij Chichaoua nog niet vergeten en durft geen stap tussen de bomen te zetten. De lambdasonde heeft vandaag geen storingsmelding meer gegeven tijdens het rijden.
 
 
Tussen Agadir en Taghazout wordt de kust volgebouwd met appartementen en nergens kan je meer vrij staan. We rijden door naar het bananendal Tamri en bij Tamri Plage staan we een aantal dagen tussen de windsurfers. Behalve uitgemergelde zwerfhonden loopt er een zwerver rond die net zo lang naar ons blijft staren tot we hem wat te eten geven. Dit ritueel herhaalt zich bij alle “nieuwe” mensen die arriveren.

Tamri Plage
 
 
 
In Pointe Immesouane staan we een paar nachten op de camping; er zijn meer huilende zwerfhonden dan campinggasten. We rijden verder naar Moulay Bouzerktoun, een rustig dorp vlakbij zee, waar geen voorzieningen zijn maar waar je relaxed kan staan. In Safi is de gemeentelijke camping gereduceerd tot een grasveldje waar van de camperbezitters verwacht wordt dat ze hun camper vlak op een ander zetten. Wij zetten de MAN ver van de andere campers af en even later ontploft een Duitse Hymer die in enkele seconden in lichterlaaie staat. Na veel explosies van gasflessen, wielen etc. blijft er een gesmolten bult plastic over van het voertuig. Helaas is de eigenaar van de camper ernstig verbrand aan gezicht en armen. Levensgevaarlijk om campers zo dicht opelkaar te zetten.

 
We nemen de tolweg bij Safi richting Tanger en overnachten in Larache waar inwoners van het stadje met veel enthousiasme de oude camping weer nieuw leven hebben ingeblazen. Op 7 maart verlaten we Marokko bij de grensovergang van Ceuta.
 
 
 
 
 
 

dinsdag 24 januari 2017

Marokko, januari 2017



2 Januari arriveren Marcel en Yvon op de camping van Hassan in Tighmert. Het is erg fijn hun weer te zien. De volgende dag gaan Mike en ik met Hassan naar Guelmim voor verlenging van onze visa. Bij de gendarmerie moeten 10 pasfoto’s per persoon worden ingeleverd, 5 kopieën per persoon van bladzijde uit paspoort waar pasfoto op staat, 5 kopieën van bladzijde uit paspoort waar inreisdatum staat, 5 kopieen van creditcard, 2 handgeschreven brieven waarin wij vragen om verlenging van de visa en 2 in het Arabisch getypte brieven waarin Hassan verklaart dat zijn camping in Tighmert ons adres is de komende 3 maanden. Alle kopieën dienen te zijn gelegaliseerd/geautoriseerd door een gemeentekantoor. De gendarmerie typt 2 brieven waarin bevestigd wordt dat wij de aanvraag doen en met die brieven moeten we naar de politie die er een stempel op zet. Vervolgens moeten de door de politie gestempelde brieven weer worden ingeleverd bij de gendarmerie, die er een krabbeltje opzet en ons allebei een exemplaar geeft. Fijn dat we weer 3 maanden langer in Marokko mogen blijven.

Op 4 januari vertrekken we met z’n vieren richting Es Smara. Onder Abteh bekijken we een oud militair kamp met 'eierhuisjes". De eitjes zijn hoogstwaarschijnlijk van Soedanese architectuur.

 
 

Bij oued Remz el Quebir zijn we bij de finish van een dagetappe van de Africa Eco Race. Vooral de finish van de racetrucks is spectaculair. We overnachten vlakbij de bivak van de race en zijn de enige buitenlandse toeschouwers. Marcel en Mike kunnen vrij over het bivakterrein lopen en de trucks, buggy's en motoren bewonderen. ’s Nachts wordt het zadel van onze fiets gejat en er deden volgens ons toch echt geen fietsen mee aan de race. De volgende dag wonen we helaas de start van de race niet bij, omdat de startplaats 300 kilometer verplaatst is in de richting van Laayoune. 12 Kilometer voor Es Smara nemen we een piste die langs Oued Seguiet El Hamra naar Laayoune gaat. De piste gaat door mooi gebied en de zandpaden zijn goed berijdbaar. Er wonen hoofdzakelijk nomaden. Op een gegeven moment moeten we een stuk door de oued rijden die vol bosjes staat en die modderiger blijkt te zijn dan wij in eerste instantie denken. Als we niet verder kunnen rijden omdat er een enorm diep gat in de route ligt en Marcel probeert de truck te draaien, rijdt hij zich tot aan de assen vast in de modder. Na veel graafwerk door de mannen, luchtkrikken plaatsen en daarna rijplaten onder de 4 wielen leggen, komt de truck gelukkig weer los. Vervolgens rijden wij ons vast en komen daarbij zo scheef te staan, dat de truck bijna omvalt. Marcel maakt de niet grappige opmerking dat hij de truck met zijn hand zou kunnen omduwen. De truck wordt door de mannen met veel graafwerk en luchtkrikken plaatsen in balans gebracht en hierna worden de 4 rijplaten geplaatst. Marcel trekt ons vervolgens met de Steyr eruit.





Een nomade die ons in het Arabisch van allerlei adviezen voorziet hoe we de truck los moeten rijden, krijgt onze fiets zonder zadel. Na 5 uren ploeteren zijn we blij dat we de nacht horizontaal en in bed kunnen doorbrengen.  De volgende dag nemen we een piste die om de oued heengaat en rijden door een gebied waar calcietgeodes opgegraven worden. Aardige “bollengravers” splijten nog meer bollen voor ons en we mogen de bollen die we vinden en krijgen gratis meenemen. Een paar kilometer verderop zijn nog veel meer geodes te vinden. Opnieuw komen “bollengravers” aanrijden in hun landrover, kloven nog een paar geodes voor ons en bieden witte truffels te koop aan. Ze vertellen dat ze 70 cent per kilo opgegraven calcietgeodes verdienen.

 
 
 

Na 100 km. piste arriveren we bij de asfaltweg van Es Smara naar Laayoune. Om via pistes zuidelijk af te zakken, moeten we onder de fosfaattransportband doorrijden, die van Boukraa naar Laayoune loopt. Deze transportband is de langste ter wereld. Helaas worden we bij de transportband tegengehouden door een militair. 30 Km. voor Laayoune zetten we de trucks een eind van de weg af voor de overnachting. Het is al donker als 3 mannen van de gendarmerie aan komen rijden en vertellen dat ze ons urenlang hebben gezocht en dat wij hier niet mogen overnachten omdat er in dit gebied veel agressie zou zijn tegenover toeristen. Wij maken duidelijk dat we niet van plan zijn om in het donker naar Laayoune te rijden en als later een brigadier van de gendarmerie komt, regelt hij tot onze grote verbazing dat er op een afstandje van onze trucks een auto van de gendarmerie met 3 man wordt geparkeerd die ons tot de ochtend “bewaken”.

De volgende dag rijden we door naar Oued Ougnit, zo’n 60 km. boven Boujdour. We parkeren de trucks met mooi uitzicht op zee. Helaas worden we aan het einde van de middag weggestuurd door militairen van de Marine Royale omdat we in onveilige? militaire zone staan. Oued Ougnit met de militaire posten ligt aan de ene kant van de asfaltweg en op onze vraag of het aan de andere kant van de weg, waar geen militaire posten zijn, dan wel veilig is wordt bevestigend geantwoord. Zo krom horen we het niet vaak.

We doen boodschappen in Boujdour en lunchen bij Plage Aouzilal. Als we de weg naar het strand oprijden, waarschuwen gendarmerie en militairen ons alvast dat we ook hier niet mogen overnachten.

Een stukje onder Boujdour nemen we een piste die over de kliffen naar Plage Ben Idasse gaat. Als we ons ’s avonds gesetteld hebben op een mooie maar erg winderige plek in het gebied, willen soldaten van de  Marine Royal fiches hebben en onze trucks controleren op verstekelingen, drugs en wapens. We worden behandeld als terroristen i.p.v. toeristen.

 

De volgende dag blijkt de piste dusdanig stenig en onaangenaam, dat we besluiten via asfalt naar Oued Lakraa te rijden. Hier blijven we 2 nachten en maken wandelingen en relaxen in de zon totdat het zo hard gaat waaien dat het zand je om de oren vliegt. 

Oued Lakraa
 
Vanuit Oued Lakraa nemen we een piste door Hassi Lakraa. Omdat we afwijken van de piste en te ver zuidelijk rijden, komen we terecht op een andere piste, wat niet erg is, omdat deze door een veel interessanter gebied gaat met bijzondere rotsformaties. Sommige rotsen lijken op de boeg van een schip. Hier vinden we fragmenten van dinosauruseieren? Voordat de piste een stukje oostelijk van Dakhla eindigt, doorkruisen we 2 keer een anti polisario wall.

 
 
 
 
In Dakhla doen we inkopen op de soukh en tanken goed drinkwater op camping Moussafir. Bij Trouk zien we Marianne en Wilbert weer met hun oranje Unimog (free-on-wheels.reislogger.nl). We rijden verder naar sebkha Imlili, welke zonder goede coördinaten niet te vinden is. In de sebkha liggen tientallen poelen die permanent gevuld zijn met zilt/zout water. De poelen zijn ondergronds met elkaar verbonden. Ze worden bevolkt door tilapia guinee visjes die niet groter worden dan 10 cm. Het fenomeen van permanent met water gevulde poelen in een sebkha  is uniek voor Noord Afrika en de Sahara.

Imlili
 
                                           
Omdat de omgeving mooi is en er ook veel sporen van prehistorische bewoning zijn, blijven we hier 2 nachten staan. I.p.v. de gandini piste te nemen naar het asfalt komen we terecht op een soort Dakarracebaan, waarvan niet duidelijk is waar deze heengaat. We rijden rondjes en aan het einde van de dag parkeren we de trucks weer vlakbij de plek waar we de afgelopen 2 dagen hebben gestaan, met dit verschil dat we nu op slechts 500 meter zuidelijk van een wall staan. Algemene veiligheidsregel in de Sahara is dat je niet buiten de piste moet rijden of lopen binnen een afstand van 5 kilometer zuidelijk van een wall. Oeps.
Op weg naar Lamhiris stoppen we nog bij een sebkha met een vuursteenwerkplaats met doorzichtige en melkwitte vuursteen.

In Lamhiris parkeren we de trucks een stukje links van het dorp bij een baai met prachtig uitzicht op de turquoise kleurige zee. Na 2 nachten vertrekken Marcel en Yvon en blijven wij nog een paar dagen staan. In Lamhiris kan je fijn wandelen langs de prachtige baaien en kliffen.

Lamhiris
 
 

1 Keer in de week komt er een tankwagen met drinkwater langs en etenswaren kan je halen in de vissersgetto of in Centre Bir Gandouz. Eind januari wordt helaas weinig vis gevangen in het zeer visrijke gebied; volgens ingewijden start dit pas weer in februari. Marianne en Wilbert komen ook nog even bij ons staan en vertrekken de volgende dag naar Mauritanië om hun Afrikareis te vervolgen.

Vanaf Lamhiris rijden we noordwaarts en bezoeken onder Dakhla nog een aantal mooie baaien en de vissersdorpen Ain B(e)ida en Labouirda Tchika. In de baai van Porto Rico mag sinds dit jaar ook weer overnacht worden. We laten ons humeur niet verpesten door de harde noord/noordooster wind die al 2 maanden zeer nadrukkelijk aanwezig is. Elke dag onze wooncabine zandvrij maken, doen we al lang niet meer.

"Zandduintje" bij Cintra Bay
 

zondag 25 december 2016

Marokko, december 2016


Samen met Peter en Ingrid zoeken we de warme bron onder Fask op. Veel reizigers kunnen deze niet vinden maar dankzij de zeer goed bevallende app “Mapout” op onze ipad en de juiste coördinaten van de bron, zien we dat er onder Fask een van noord naar zuid lopende piste van ca. 8 kilometer richting de bron gaat. De piste stopt bij een oued die helaas met de trucks op dat punt niet doorrijdbaar is. Aan de andere kant van de oued ligt de warme bron. We hadden ons iets geweldigs moois voorgesteld met een oase met natuurlijke kommen met warm water, maar helaas komt het warme water (ca. 40 graden) uit een boven de grond uitstekende stalen pijp. Het warme water wordt opgevangen in een soort modderige vijver, die ook niet uitnodigt om er een bad in te nemen. 
 
 
Bij de warmwaterpijp zien we de Nederlanders Wilbert en Marianne, die we ontmoet hebben bij het Benitreffen in België, met hun oranje Unimog staan. Omdat ons de warme bron erg tegenvalt, steken we verder geen energie in het zoeken naar een doorgang in de oued om dichtbij de bron te komen. De volgende dag rijden we richting Assa en ca. 40 km. voor Zag beginnen we aan een 185 kilometer lange piste naar Msied. Msied spreek je uit als Mesjed. Ingrid en Peter hebben weinig ervaring met piste rijden en vinden het een groot avontuur om meerdere dagen achter ons aan te hobbelen. Eerst rijden we een stuk op de geschoven piste die richting Labouirat gaat. In de heuvels langs beide zijden van de piste liggen resten van een oude verdedigingsmuur. Na 10 km. geschoven piste nemen we een noordwaartse piste die uitkomt op piste G2 van Gandini die onder bergketen Ouarkziz langsgaat. Het landschap is zeer afwisselend; heuvels, oueds, zoutmeren en savanne achtige stukken met acaciabomen.
 
 
 
 
Op de heuvels en vlaktes veel tumuli, oude graven en prehistorische gebruiksvoorwerpen. De piste is zeer weinig bereden en erg smal (maat landrover) en onze truck   (2,45 breed) past niet in het spoor, waardoor we steeds met 2 wielen erbuiten rijden.     De route wordt uitsluitend door nomaden in landrovers gebruikt.    We rijden 2 keer naar de bergen toe, 1 keer om een mejbed (doorgang tussen de bergen voor kamelen en ezels) te bekijken met bir (waterput) en 1 keer om rotsgravures van o.a. een neushoorn te bekijken. De gravures zien we helaas niet omdat de route erheen te smal is voor onze truck en door een             rivierbedding met niet passeerbare grote vierkante rotsblokken gaat.    Wel hebben we de siësta van een grote zwarte schorpioen verstoord.                                                               
 
 

Omdat het al een paar dagen af en toe regent en piste G2 afbuigt naar het zuiden waar meer zoutmeren zijn, vervolgen we de route meer langs de bergrug via piste H4 en F1. Als we met regen over zoutmeren gaan rijden, lopen we het risico vast te komen zitten in de modder. In het dorp Amon (ook wel Amate genoemd) kopen we een door de dorpsvrouwen in de kleioven gebakken brood. Bijna ieder huis in het gehucht heeft een eigen kleioven.
 

 
 
Ca. 25 km. voor Msied wordt de piste die tot dan toe redelijk goed berijdbaar is, een stuk slechter. Rivierbeddingen met grote keien en op een gegeven moment een pad waar we amper tussen 2 grote rotsblokken door kunnen rijden. We raken met onze achtervelg 1 van de rotsblokken waardoor deze omvalt en het pad blokkeert voor Ingrid en Peter. Met technische aanwijzingen van Mike kan Peter met zijn voorwiel het rotsblok een stukje terugduwen, waardoor hun truck net tussen de rotsblokken door past. Een aantal kilometers voor Msied passeren we een van opgeworpen aarde gemaakte muur. Dit is een van de 6 muren die Marokko heeft gemaakt om de Polisario tegen te houden. 2 Kilometer voor Msied overnachten we bij een paar palmbomen, waar het volgens een beambte van de gendarmerie niet veilig is omdat we precies in de vuurlijn staan als de nabij gestationeerde militairen het vuur moeten openen tegen de Polisario. Zijn chef zegt echter dat alles veilig is en dat het geen enkel probleem is om hier een nacht te blijven staan.

De volgende dag nemen we een piste naar de tussen Msied en Tantan gelegen gueltas(meertjes) van oued Mouelah. De route erheen gaat door desolaat en kaal gebied met her en der heuvels bezaaid met kwartsstukjes. Hier aangekomen regent het en zijn er veel muggen, zodat we besluiten door te rijden naar El Ouatia (tantan plage). We staan een aantal dagen op camping Atlantique om de was te doen etc. Ingrid en Peter vertrekken naar de oued Draa en ik ga naar de plaatselijke tandarts om een kies te laten trekken waar ik al maanden last van heb. ’s Ochtends daar aangekomen is er niemand aanwezig, toch kan ik zo de behandelkamer inlopen. Oei, denk ik, moet ik hier wel heen? Een bureau vol tangen, spuiten, gipsafdrukken van kunstgebitten, vieze watjes in de gootsteen, bekertjes met oud water om je mond te spoelen en veel troep op de vloer. Als even later de secretaresse annex schoonmaakster binnenkomt, merk ik op dat een tandartspraktijk er in Nederland toch anders uitziet. Ze moet inderdaad nog schoonmaken, zegt ze, en doet 3 vegen over de vloer met een straatbezem.

De tandarts probeert mijn kies te verdoven, maar na 6 verdovingsspuitjes is nog niets verdoofd. Dan pakt hij een ander flesje verdovingsvloeistof wat volgens hem erg goed spul moet zijn en laat me ook nog even de houdbaarheidsdatum zien. Dit werkt inderdaad wel en hij trekt vakkundig mijn kies. Er wordt mij een spiegel in de hand geduwd zodat ik het eindresultaat kan bewonderen. Opvallend is dat er veel tijd wordt uitgetrokken voor iedere patiënt. Het gaat allemaal op een ongedwongen gezellige manier. Als ik, 200 dirham armer en 3 kussen van de secretaresse rijker, weer vertrek, krijg ik het advies om geen koffie met suiker te drinken en niet bij een open raam te gaan staan omdat andere de koude wind via het gat in mijn mond naar mijn hoofd gaat. Het is wel goed om mijn mond te spoelen met coca cola. Ik denk dat onze Nederlandse tandarts het niet eens is met dit advies.

We rijden naar het Nationaalpark Khenifiss Naila tussen Tantan en Tarfaya en nemen een piste naar mooie oude zandduinen. Oude zandduinen verplaatsen zich niet; levende zandduinen wel.
 
 
Hierna nemen we een piste richting de kust en parkeren de truck op de kliffen ca. 5 kilometer van de archeologische opgravingen en necropolis bij de duin van Izriten. Mike rijdt op zijn fiets naar Izriten en komt tot de conclusie dat de plek waar wij staan, veel interessanter is. Er liggen veel bulten met langgeleden door de zgn. Kokkenmodding cultuur leeggegeten schelpen. Ook zijn er vuurstenen prikkertjes en stekertjes te vinden waarmee de schelpdieren uit de schelpen werden gehaald. Via een paar steile zandpaadje kan je van de kliffen naar de zee toelopen.  We staan er heerlijk rustig en worden slechts 1 keer beziggehouden door vissers die lucht willen hebben in hun vrachtwagen binnenbanden, waar ze inzitten als ze vissen op inktvissen.

Hierna nemen we een piste naar de onder Tarfaya gelegen Sebkha Tah, dat vroeger de natuurlijke grens vormde tussen Marokko en de Spaanse Sahara. We rijden een stukje langs een oude Spaanse verdedigings/grens zandmuur met tot ruines vervallen uitkijkposten. Sebkha Tah is de diepste sebkha van de Sahara met op sommige plekken een diepte van 65 meter. Tot aan de sebkha gaat de piste over rotsige bodem, hierna volgt een zandpad dat op een gegeven moment zo zanderig wordt, dat we de banden aflaten op 4,5 bar. Veel oude graven, tumuli, stukjes eierschaal van struisvogels en een groot dierenbot met snijsporen langs de sebkha.
 
Sebkha Tah
 
 
 
 
Halverwege de sebkha is er geen enkel bandenspoor meer te vinden en staan de struiken zo dicht opelkaar dat we er niet meer tussendoor kunnen laveren. We rijden kilometers terug om te zien of er ergens een ander spoor loopt, maar tevergeefs. Helaas zit er niks anders op dan de hele route terug te rijden. We parkeren de truck in de buurt van het zoutmeer van het Nationaalpark Khenifiss Naila en vinden hier kleine stukjes eierschaal van struisvogels die gegraveerd zijn met een band van horizontale lange met daartussen verticale korte streepjes. Ook vinden we een stukje eierschaal waar met een vuurstenen gebruiksvoorwerp een perfect rond gaatje in is gemaakt. In de neolithische tijd werden de eierschalen gebruikt als kommetjes. Tot 1950 leefden er nog struisvogels in het wild in Marokko. Ze zijn door nomaden uitgeroeid om hun veren, die een belangrijk exportproduct waren.

Ingrid en Peter komen een dagje bij ons staan en omdat het soms regent en bovendien hard waait, moeten we ons helaas opsluiten in onze trucks. Mike en ik rijden hierna nog wat stukjes piste in de buurt van oued Ma Fatma, oued Ez Zahar en oued Chbika. Veel heuvels bij Ma Fatma zijn bezaaid met afslagen van vuursteen. Oued Chbika kunnen we helaas niet oversteken omdat stukken in de oued vanwege de regen van de afgelopen dagen gevaarlijk modderig/week zijn.
 
Ez Zahar

Chbika
 
Na 2 nachten camping in El Ouatia rijden we op 26 december naar Guelmim om onze visa met 3 maanden te verlengen. De gendarmerie vertelt dat de verlenging pas ca. een week voor afloop van onze verblijfstermijn kan plaatsvinden. De verblijfstermijn loopt op 10 januari af en wij zijn dus veel te vroeg. We besluiten nog een paar dagen piste tussen Taidalt en Aouinet Torkoz te rijden. Tot aan Taidalt ligt asfalt, erna een gravelroad, die je via korte pistes kan verlaten. Het gebied is erg mooi en op wat nomaden na, onbewoond. De pistes zijn bijna onbereden, wat voor ons met de truck soms betekent dat er grote stenen moeten worden verlegd om door oueds te kunnen rijden. Helaas staat er dagenlang een erg harde wind, waardoor lekker buiten zitten of wandelen er niet inzit. Het gebied is rijk aan prehistorische overblijfselen. Van Aouinet Torkoz naar Assa loopt een asfaltweg door een gebied wat wij onaantrekkelijk vinden.  

Tussen Taidalt en Aouinet Torkoz