woensdag 24 januari 2018

Marokko, januari 2018



De necropolis (begraafplaats) van Chiarate is bijzonder vanwege zijn grote terras (60 cm. hoog en 16 meter doorsnede) waar een tombe op is geplaatst. Het is het tot nu toe grootste gevonden graf-terras in Marokko. De totale begraafplaats met veel verschillende vormen graven, neemt 1 hectare in beslag. Omdat er veel aterien gebruiksvoorwerpen rondom de graven liggen, zou je denken dat deze plek ca. 30.000 jaar oud is. 



We rijden terug naar de N1 en nemen de zuidpiste naar sebkha Imlili maar omdat er bij de sebkha een zandstorm staat, rijden we snel via de deels erg stenige noordpiste weer terug naar het asfalt.
Op 4 januari rijden we naar Dakhla om onze visa en de invoer van de truck te verlengen. Visum verlengen kan bij de Surete National (politie). N. 23.42.015 W 15.55.907. Voor de visa leveren we per persoon 2 kopieen van de pagina uit het paspoort met inreisdatum-stempel, 2 kopieen van de pagina uit het paspoort waar je foto op staat en 2 losse pasfoto’s in. Er hoeft geen enkel formulier door ons te worden ingevuld. We leveren ’s ochtends alles in en kunnen het nieuwe visum de volgende ochtend tussen 11 en 12 uur weer ophalen. In de tussentijd gaan we naar camping Moussafir om water te tanken en de was van bijna een maand te doen. Er arriveren Duitsers met 24 Mercedessen en een brandweerauto die hun auto’s voor een goed doel in Mauritanië gaan verkopen. Vanaf vertrek uit Duitsland hebben ze 3,5 week de tijd om naar Dakar te reizen en daar weer het vliegtuig terug naar Duitsland te nemen.
5 Januari halen we de visa op en rijden door naar het douanekantoor (rechts naast de ingang van het vliegveld) om de invoer van onze truck te verlengen. Ook dit gaat erg gemakkelijk. Nadat een mevrouw  kopieën van kentekenbewijs, groene kaart en paspoorten heeft gemaakt en een meneer een krabbeltje en stempel op de achterkant van ons oude invoerpapier heeft gezet, mag onze truck opnieuw 3 maanden in Marokko blijven. De dame van de douane vertelt ons dat verlengen van de invoer-periode voor truck/camper alleen mogelijk is in Dakhla.
We rijden weer naar het zuiden en bij Bir Gandouz Centre nemen we wanneer de gendarmerie even niet oplet, snel een afslag naar Bir Gandouz
Kazerne. Volgens onze kaart moet er vlak voor de militaire basis van Bir Gandouz een piste beginnen die naar het noorden loopt. De piste is onvindbaar en voor we het weten staan we voor een slagboom van de militaire basis. Ook bij de militairen is de piste niet bekend. We moeten dus weer omkeren.  Achter de slagboom ligt een mooi terrein waar we kunnen draaien, maar de militairen weigeren helaas de slagboom omhoog te doen. Alles is hier “interdit”.
Een stuk voorbij de militaire basis rijden we de woestijn in maar het lukt ons helaas niet de beoogde piste te vinden.  Als de gendarmerie ons de volgende dag bij Bir Gandouz Centre ziet, wordt zeer geïrriteerd gevraagd waar wij ineens vandaan komen. Later horen we van Yvon en lezen we op internet dat het op dat moment onrustig was in dit grensgebied Marokko/Mauritanie omdat de Polisario dreigde de Africa Eco Race te blokkeren die door het gebied zou rijden.  
We rijden weer noordwaarts en nemen een korte piste naar het uiteinde van sebkha Mahariyat, grenzend aan St. Cyprien Bay aan de Atlantische Oceaan. Een mooie overnachtingsplek op een plateau. Het beneden gelegen strand is helaas 1 grote verzameling van plastic afval. 

 
Na El Argoub slaan we rechts af richting Aousserd en nemen na 60 km. asfalt, de RPD1 (ralley parijs-dakar piste) die weer zuidelijk gaat. Prachtige gladde piste over eerst een vlakte met mini-kiezels en dan door glooiend landschap. Na een kleine 50 km. arriveren we bij een oued met zeer los zand. Gelukkig hebben we de banden al op 3/3,5 bar staan, anders zouden we hier echt wel vast zijn komen te zitten. Omdat we de piste niet helemaal zuidwaarts naar Bir Gandouz willen rijden, proberen we via sporen van nomadenlandrovertjes oostwaarts richting Aousserd te gaan. Omdat het volgen van de sporen leidt tot vreemde zigzag-routes en het i.v.m. verdwaalde anti-tankmijnen onverantwoord is om in dit gebied maar lukraak door het terrein te rijden, gaan we via een grote boog weer terug naar het asfalt. Als we aan het einde van de middag nog in t-shirt en korte broek zitten te bbq-en, stopt een nomade (in landcruiser) dik ingepakt in winterjas en sjaal, om te vragen of wij zijn verdwaalde kameel hebben gezien. Hij vraagt om water, wat hier in de sahara meer als iets symbolisch moet worden gezien dan als noodzaak en begint een heel betoog over de sahrawi arab democratic republic. Veel nomaden en saharabewoners zien de sahara als niet-Marokko, terwijl overheidsfunctionarissen die wij spreken, de westelijke sahara als onderdeel van Marokko zien. Als toerist kan je maar het beste niet je mening hierover geven.
We rijden verder richting Aousserd en nemen 36 km. voor dit kazernedorp opnieuw een oude RPDpiste die naar de gravures van Gleibat Al Masdar gaat. Ook deze piste is weinig bereden en gaat afwisselend over savanne-achtige vlaktes en heuvelachtig terrein. Vergeleken met het gebied van de vorige piste is de woestijn hier veel donkerder van kleur. We rijden door het Adrar Souttouf gebied, wat een uitloper is van het Mauritanische Adrar Gebergte. Boven op de top van de berg Gleibat Al Masdar zijn op primitieve manier koeien en karretjes in rotsblokken gegraveerd. Onduidelijk is wat voor karretjes het moeten voorstellen: strijdwagens, transportwagens of jachtwagentjes?






Op de terugweg zien we nog een tumulus en een necropolis. De volgende dag komen we in een zandstorm terecht. Gelukkig kunnen we nog een paar streepjes in het midden van de weg zien. Ook de dag erna als we in Oued Lakraa zijn, waait het nog erg hard en is er weer sprake van een “zonsverduistering” door al het zand in de lucht. In Boujdour slaan we broden en groenten in en doen de was op de onaantrekkelijke, ommuurde camping Sahara Line. Het water van de camping is te zout om in onze drinkwatertank te gooien.
Vanaf Laayoune loopt een nieuwe asfaltweg naar het kazernedorp El Hagounia. De weg wordt blijkbaar zeer weinig gebruikt, want op veel plekken is de doorgang geblokkeerd door op de weg gewaaide fikse zandduinen. Er zit niks anders op dan om de zandduinen heen te rijden. De asfaltweg stopt abrupt aan het einde van het dorp bij een oued. We steken de oued over en rijden 45 km. via een stenige saaie vlakte waar rijen zoemende hoogspanningsmasten staan, naar de “waterval” van Khawi Nam. Voordat we er zijn, moeten we opnieuw door een oued met deze keer een behoorlijk steile opgang. Omdat het al enige tijd geleden is dat het heeft geregend, is de waterval meer een onzichtbaar klein stroompje. Er zijn veel deheledagdoor-steekmuggen en door een verkeerde zonlichtinval is het moeilijk een behoorlijke foto van Khawi Nam te maken. 

Khawi Nam



Mike ontdekt dat er opnieuw een stalen ophangbeugel van de boiler is afgeknapt. Gelukkig hebben we nog een spanband en hangt de boiler nu dus met 2 spanbanden aan de achterwand van de woonunit.
Vanaf Khawi Nam nemen we de rechter piste van ca. 60 km. naar de asfaltweg richting Akhfenir. De piste, die sinds de herfstregens niet meer bereden en soms verdwenen is, is grotendeels onaangenaam om te rijden en er zitten 2 steile stenige afdalingen in. Het landschap is wel prachtig en afwisselend met vergezichten over oueds en sebkhas.

 
In El Ouatia (TanTan plage) tanken we goed drinkwater en rusten een paar dagen uit op camping Atlantique. De elektrische installatie van de camping begint op een avond te knallen, roken en branden en aangezien de camping geen blusapparaat heeft, stellen wij onze kleine poederblusser maar beschikbaar. Gelukkig loopt het met een sisser af en heeft de hele camping de volgende middag weer stroom. We staan nog een paar dagen op een vlakte in de buurt van Fask en besluiten dan langzaamaan richting Europa te rijden.
.

dinsdag 26 december 2017

Marokko, december 2017



In het vissersdorpje Oued Lakraa ontdekt Mike dat opnieuw een van de stalen bevestigingsbeugels van de boiler is afgeknapt. Dit is een ander jaar ook al gebeurd. Met een spanband zet hij de boiler weer vast tegen de achterwand van de woonunit.
De eerste week van december doet de winter zijn  intrede in de sahara; wat inhoudt dat de dagtemperatuur zo/n 10 graden lager ligt dan in november en dat er bijna dagelijks een harde/zeer harde wind staat, die soms vol zand zit.
Samen met Peter en Ingrid rijden we een leuke piste van 140 km van Oued Lakraa richting Dakhla. De piste is niet moeilijk te rijden en voert over vlaktes met en zonder stenen en gaat door soms surrealistisch “maanlandschap”. Het mooiste is het deel met de rotsen van koraal die lijken op boegen van schepen. 





Onder aan deze rotsen liggen veel fossiele schelpen en stukken eierschaal van struisvogels of omdat ze zo dik zijn misschien van dinosauriërs. Er zijn ook veel pre-islamitische monumenten te zien.


Omdat het enige tijd geleden geregend heeft in het gebied en er veel groene struikjes zijn, zijn er veel nomaden met kuddes dromedarissen of geiten/schapen. Af en toe zien we een heel eind van een kudde een dromedaris op de grond liggen, deze blijkt dan net gekalverd te hebben. Nomaden met kuddes verzamelen zich niet ver van de mooie rotsen bij de enige waterput in de buurt en de dorstige dieren verdringen zich bij het met een  mechanische pomp omhoog gebrachte puttenwater. Het water is blijkbaar niet geschikt voor menselijke consumptie, want de nomaden komen ons om drinkwater vragen.


25 Kilometer voor Dakhla staan we 2 nachten op een camperplek bij Trouk (PK25). Hier staan veel gepensioneerde Europese overwinteraars. Sommigen hebben complete terrasjes met planten rond hun camper aangelegd. De enige pluspunten van deze staplek zijn dat je wel lekker eten kan in het op het terrein gelegen restaurant en dat je vrij beschut staat voor de harde noorderwind die hier bijna altijd staat.
Peter en Ingrid blijven in Trouk en wij gaan naar Dakhla om eten in te slaan en om op de camping de was van 3 weken te doen. Omdat de camping goed drinkwater heeft, kunnen we onze watertank van 450 liter weer bijvullen. De camping verkeert in zeer slechte staat van onderhoud: er is geen water in het toiletgebouw, sanitair wordt niet schoongemaakt,  stopcontacten bungelen aan de omheiningsmuren en van de 30 lampen buitenverlichting doen slechts 5 het. Er staat erg veel wind en de lucht zit vol met zand.
Van Dakhla rijden we naar Aousserd en blijven 3 dagen op een archeologisch gezien erg interessante plek in de woestijn staan. Af en toe komen nomaden in hun landrovertjes informeren of alles in orde is met ons.
We rijden weer terug naar de kust en staan een nachtje aan zee bij El Argoub en 3 nachten bij de baai van Porto Rico. Hier vinden we veel fossiele haaientanden, roggentanden en andere deeltjes van zeedieren. De tanden bevinden zich onder aan de kliffen in een laag die vroeger zeebodem was. 


We rijden verder naar Cintra en nemen de piste die langs Sebkha Amtal naar Cintra Bay bij de Atlantische Oceaan gaat. We passeren een aantal militaire posten en na afgifte van een fiche mogen we verder rijden en ook overnachten in het gebied. Langs de sebkha (=depressie) zien we veel schelpenbulten van duizenden jaren geleden leeggegeten schelpen. Er zijn ook veel struisvogel eierschalen en neolithische vuurstenen gebruiksvoorwerpen te vinden.




Van Cintra rijden we naar Gorey Bay waar mooie Marginella Glabella schelpen te vinden zijn. We krijgen verse sardientjes van een visser.
Omdat het erg hard waait, er veel zand in de lucht zit en wij het onprettig vinden om daarin te gaan rijden, blijven we een paar  nachten op een mooie plek in de baai van St. Cyprien staan. Een militair komt ons s’avonds verse mosselen brengen.
In Centre Bir Gandouz, links achter hotel Barbas, zijn een slager, groenteman en supermarktje te vinden. Hier kunnen weer verse produkten worden ingeslagen. We rijden door naar het vissersdorpje Lamhiris. Lamhiris en Porto Rico beschikken volgens ons over de mooiste stukken kustlijn van de Westelijke Sahara.
We maken een wandeling van 4 km. naar 2 ten noorden van Lamhiris gelegen grote gaten in de grond die door een natuurlijke brug van elkaar worden gescheiden en waar de zee van onderen instroomt. Op de hoge in de zee uitstekende rotsen werpen vissers hun lijnen met haken met blinkertjes in scholen sardientjes die in de zee zwemmen. Aan de lopende band worden de sardientjes door hun binnengehaald. 




Bijna alle dagen dat we in Lamhiris staan is er sprake van een “zonsverduistering” door het vele zand in de lucht. De zonnepanelen leveren hierdoor niet genoeg stroom en daarom moet soms het aggregaat een paar uren draaien.  
Na de Kerstdagen nemen we een piste die 15 km. noordelijk van Bir Gandouz Centre begint en die naar de ca. 25 km. landinwaarts gelegen necropole van Chiarate leidt. 
We rijden nog wat uren in het onverwacht prachtige gevarieerde woestijnlandschap van kleine reliëfs, barkhanes (sikkelvormige duinen, die zich verplaatsen door de wind) en oueds met bomen tot we in ondoordringbaar barkhane-gebied komen.

woensdag 29 november 2017

Marokko, november 2017




In Foum Zguid ontmoeten we de Duitse Ingrid en Peter, waarmee we vorig jaar een piste van Zag naar Msied hebben gereden. Dit keer rijden we met hun een piste van Tata naar Oum Laaleg (oum el aleg). We passeren met aarden wallen ommuurde verlaten militaire kampementen en een kampement dat nog wel in gebruik is, omzeilen we zoals gebruikelijk niet, maar rijden er gewoon dwars doorheen. Militairen in rep en roer, maar na afgeven van onze fiches mogen we de route vervolgen. Een militair met erge kiespijn krijgt pijnstillers van ons. In een rivierbedding met zacht zand raken we even het spoor bijster, maar een nomade op een brommer leidt ons naar een route die uitkomt op een oude Parijs-Dakar rallypiste. De rallypiste is veel bereden en erg hobbelig en uitgesleten. We vinden het gebied waar de piste doorheen voert landschappelijk erg tegenvallen. Bij Oum Laaleg wordt het landschap afwisselender en hier bekijken we mooie oude gravures in Tazina stijl. 

 


Na 6 dagen gezellig samen te zijn geweest, nemen we in Akka afscheid van Peter en Ingrid.
In Icht staan we 1 nacht op camping Borj Biramane. Een sfeervolle en nette camping waar je lekker kunt eten. Via Foum el Hisn en Assa rijden we naar Aouinet Torkoz. Hierna nemen we korte pistes richting Fask.
In Guelmim gaan we bij Hassan en Samira van camping de l’oasis in Tighmert langs. Samira is hoogzwanger en waarschijnlijk wordt er daarom niks meer opgeruimd en schoongemaakt op de camping. Na 2 dagen houden we het er voor gezien en rijden we naar de MAN garage in Agadir voor diagnose van het elektronische systeem omdat er vaak storingsmeldingen van het KATfilter op het display in het dashboard verschijnen. In de garage prutsen ze wat aan draden, stekkers en voelers, maar het is duidelijk dat ze niet weten waarmee ze bezig zijn. We overnachten 15 kilometer onder Agadir op camping Takat in Takad. Zeer schone en verzorgde camping met zwembad en zelfs een hondendouche.
We rijden weer richting Guelmim en overnachten op camping La Vallee in Abaynou: mooi tussen de bergen gelegen en er zijn veel vogels. Nadeel van de ligging tussen de bergen is dat de zon pas “laat opkomt”en “vroeg ondergaat”.
Via TanTan rijden we naar Smara.  Op een stuk van 30 km. zijn op deze route 6 benzinestations te vinden. Bij het eerste station komt niemand te voorschijn om ons helpen en bij het tweede benzinestation loopt wel iemand rond, maar die doet net of hij ons niet ziet. Bij het derde worden we wel geholpen maar willen ze geen fooi hebben. Tussen Smara en Laayoune overnachten we her en der in het surrealistische landschap van heuvels die uit oude koraalriffen bestaan.

68 Kilometer westelijk van Smara nemen we een 400 kilomter lange oude Parijs-Dakar Rally piste (RPD1) tot aan Bir Anzarane. De piste, die grotendeels uit “woestijnvlakte racebanen” bestaat, is niet moeilijk te rijden maar gaat met name na de kruising met de weg Laayoune/Gueltat Zemmour, door erg saai landschap. De vlaktes waar we overheen rijden zijn of kaal met af en toe een acaciaboom of kaal en bezaaid met zwarte stenen. 


Behalve het geluid van de wind heerst er absolute stilte en we zien geen enkel dier en slechts 1 keer een nomade met zijn landrover. Alle dagen staat er een harde oostelijke wind en de temperatuur ligt rond de 31 graden.
De andere, meer oostelijk gelegen Parijs-Dakar Rally piste (RPD2) die we in februari reden, is qua landschap en bezienswaardigheden veel aantrekkelijker.
De laatste 50 km tot aan Bir Anzarane is in tegenstelling tot wat alle kaarten zeggen, geasfalteerd en het is heerlijk om even hard over de teerweg te scheuren. Het landschap tussen Bir Anzarane en het kruispunt Dakhla is ook saai maar omdat het niet lang geleden geregend heeft, ligt er wel een mooie groene waas van grassprietjes over de vlaktes. Honderden dromedarissen zijn bezig de vlaktes weer helemaal kaal te grazen. Bij Dakhla wordt hard gewerkt aan het verbreden van de weg naar Boujdour. We hebben met de Duitsers Ingrid en Peter afgesproken in het vissersdorpje Oued Lakraa. Door de wegwerkzaamheden en omleidingen neemt het meer tijd dan normaal om er te komen. 
Aan zee bij Oued Lakraa staat ook een harde oostenwind en het is een graadje of 33. Best wel bijzonder voor eind november. We blijven hier een paar dagen staan. Ingrid en ik wandelen wat, Peter vist en Mike klust aan de truck. Regelmatig zien we scholen dolfijnen vlak langs het strand zwemmen.