woensdag 29 november 2017

Marokko, november 2017



In Foum Zguid ontmoeten we de Duitse Ingrid en Peter, waarmee we vorig jaar een piste van Zag naar Msied hebben gereden. Dit keer rijden we met hun een piste van Tata naar Oum Laaleg (oum el aleg). We passeren met aarden wallen ommuurde verlaten militaire kampementen en een kampement dat nog wel in gebruik is, omzeilen we zoals gebruikelijk niet, maar rijden er gewoon dwars doorheen. Militairen in rep en roer, maar na afgeven van onze fiches mogen we de route vervolgen. Een militair met erge kiespijn krijgt pijnstillers van ons. In een rivierbedding met zacht zand raken we even het spoor bijster, maar een nomade op een brommer leidt ons naar een route die uitkomt op een oude Parijs-Dakar rallypiste. De rallypiste is veel bereden en erg hobbelig en uitgesleten. We vinden het gebied waar de piste doorheen voert landschappelijk erg tegenvallen. Bij Oum Laaleg wordt het landschap afwisselender en hier bekijken we mooie oude gravures in Tazina stijl.
Na 6 dagen gezellig samen te zijn geweest, nemen we in Akka afscheid van Peter en Ingrid.
In Icht staan we 1 nacht op camping Borj Biramane. Een sfeervolle en nette camping waar je lekker kunt eten. Via Foum el Hisn en Assa rijden we naar Aouinet Torkoz. Hierna nemen we korte pistes richting Fask.
In Guelmim gaan we bij Hassan en Samira van camping de l’oasis in Tighmert langs. Samira is weer zwanger en waarschijnlijk wordt er daarom niks meer opgeruimd en schoongemaakt op de camping. Na 2 dagen houden we het er voor gezien en rijden we naar de MAN garage in Agadir voor diagnose van het elektronische systeem omdat er vaak storingsmeldingen van het KATfilter op het display in het dashboard verschijnen. In de garage prutsen ze wat aan draden, stekkers en voelers, maar het is duidelijk dat ze niet weten waarmee ze bezig zijn. We overnachten 15 kilometer onder Agadir op camping Takat in Takad. Zeer schone en verzorgde camping met zwembad en zelfs een hondendouche.
We rijden weer richting Guelmim en overnachten op camping La Vallee in Abaynou: mooi tussen de bergen gelegen en er zijn veel vogels. Nadeel van de ligging tussen de bergen is dat de zon pas “laat opkomt”en “vroeg ondergaat”.
Via TanTan rijden we naar Smara.  Op een stuk van 30 km. zijn op deze route 6 benzinestations te vinden. Bij het eerste station komt niemand te voorschijn om ons helpen en bij het tweede benzinestation loopt wel iemand rond, maar die doet net of hij ons niet ziet. Bij het derde worden we wel geholpen maar willen ze geen fooi hebben. Het is duidelijk dat we in de Sahara zijn. Tussen Smara en Laayoune overnachten we her en der in het surrealistische landschap van heuvels die uit oude koraalriffen bestaan. 68 Kilometer westelijk van Smara nemen we een 400 kilometer lange oude Parijs-Dakar Rally piste (RPD1) tot aan Bir Anzarane. De piste, die grotendeels uit “woestijnvlakte racebanen” bestaat, is niet moeilijk te rijden maar gaat met name na de kruising met de weg Laayoune/Gueltat Zemmour, door erg saai landschap. De vlaktes waar we overheen rijden zijn of kaal met af en toe een acaciaboom of kaal en bezaaid met zwarte stenen. Behalve het geluid van de wind heerst er absolute stilte en we zien geen enkel dier en slechts 1 keer een nomade met zijn landrover. Alle dagen staat er een harde oostelijke wind en de temperatuur ligt rond de 31 graden.
De andere, meer oostelijk gelegen Parijs-Dakar Rally piste (RPD2) die we in februari reden, is qua landschap en bezienswaardigheden veel aantrekkelijker.
De laatste 50 km tot aan Bir Anzarane is in tegenstelling tot wat alle kaarten zeggen, geasfalteerd en het is heerlijk om even hard over de teerweg te scheuren. Het landschap tussen Bir Anzarane en het kruispunt Dakhla is ook saai maar omdat het niet lang geleden geregend heeft, ligt er wel een mooie groene waas van grassprietjes over de vlaktes. Honderden kamelen zijn bezig de vlaktes weer helemaal kaal te grazen. Bij Dakhla wordt hard gewerkt aan het verbreden van de weg naar Boujdour. We hebben met de Duitsers Ingrid en Peter afgesproken in het vissersdorp Oued Lakraa en door de wegwerkzaamheden en omleidingen neemt het meer tijd dan normaal om er te komen.
Aan zee bij Oued Lakraa staat ook een harde oostenwind en is het 33 graden. Best wel bijzonder voor eind november. We blijven hier een paar dagen staan. Ingrid en ik maken wandelingen, Peter gaat vissen en Mike doet wat klusjes aan de truck. Misschien omdat het zo warm voor de tijd van het jaar is, zien we dagelijks een grote school dolfijnen die urenlang vlak voor het strand rond blijft zwemmen. 

FOTOS KOMEN LATER

dinsdag 31 oktober 2017

Marokko, oktober 2017



Marokko, oktober 2017

In Algeciras waait het een stuk minder dan in Tarifa en we bereiden ons voor op een rustige bootovertocht. Een open retourticket kost dit jaar 322 euro, wat flink duurder is dan vorig jaar. Onduidelijk is waardoor deze prijsstijging van 50% wordt veroorzaakt. Na een klein uurtje varen, komen we aan in Ceuta. Het is vandaag een nationale Spaanse feestdag en veel (Marokkaanse) Spanjaarden willen de grens naar Marokko over. Ondanks de drukte rijden we na 40 minuten grensformaliteiten Marokko binnen. Er wordt nog wel even door de douane in onze koelkast gekeken hoeveel alcoholische versnaperingen we bij ons hebben. Maar ach, die bewaren we echt niet daarin.
In Martil kopen we een Maroc Telecom simkaart en op camping Al Boustane doen we de opgespaarde was van 4 weken en tanken goed drinkwater.
Na 2 dagen rijden we door naar het kleine meertje Bou Daroua bij Ouazzane. Het is een graad of 35 en pas tegen zonsondergang als het afkoelt, komen veel Marokkaanse families een stukje over de dam van het meer lopen.
We rijden verder oostelijk door het Rif gebergte naar Barrage Al Wahda en overnachten bij Oued Ouargha. We ruiken een weeïge weedlucht en aan de overkant van de oued blijken weedvelden te staan. Een wat oudere man geeft ons 2 sinaasappels, probeert ons Arabische woorden te leren en legt op alle mogelijke manieren uit dat we in een cannabisgebied staan. 


We zakken af richting Fes en nemen een stukje snelweg naar Guercif. Bij Fritissa nemen we de 180 km. lange piste G1 van Gandini, die naar Talsint gaat. De piste is lang niet bereden en zwaar beschadigd door stromingen van regenwater en na 80 km. houden we het voor gezien en nemen een piste terug naar het asfalt bij Tissaf. Onderweg lunchen we op een stenenvlakte met veel prehistorische gebruiksvoorwerpen. Akelige piste maar wel erg mooie omgeving.
Van Missour rijden we naar Anoual. Tot Talsint is het landschap erg mooi met diep uitgesleten rivierbeddingen, veel oases en juniperbomen op de bergen. Na Talsint, een dorpje met bank, benzinepomp en cafe’s wordt het landschap kaal en desolaat. Voor verse groentes moet je beslist niet in Talsint zijn: bijna alles is verrot. 




Om de rotsgravures van Ain Kairma bij Anoual te bekijken moeten we een stuk door een rivierbedding rijden. Eenmaal in de rivierbedding, die op sommige plaatsen gevaarlijk modderig is, vinden we nergens een plek waar we deze weer kunnen verlaten om richting de gravures te rijden. Onverrichterzake rijden we maar terug.
Bij Bni Tadjite proberen we eerst de historische oost/west piste naar Atchana , maar omdat ook deze te veel beschadigd is door waterstromingen en niet meer bereden wordt, nemen we een piste zuidwestelijk richting Boudnib. De piste gaat over de Col de Benkassem. 

Col de Benkassem

Nog niet eerder hebben we zo’n akelig rotsblokkenpad (met traptreden) door de bergen gereden. We maken de afdaling in een stapvoets tempo (kruipversnelling).  Als goedmaker voor de vervelende bergpas overnachten we op een prachtige plek bij een afgelegen oase met bron en een berg met vleermuizengrot, 2 km. voor Ksar Tazougart. 

In Erfoud doen we inkopen, tanken diesel en rijden door naar de zandduinen van Erg Chebbi bij Merzouga. Onderweg komen we diepe waterplassen tegen; iets wat wel uniek is in dit gebied. Na 1 dag rust rijden we naar Taouz om westelijk naar Sidi Ali/Tafraout du Sud te rijden. Bij een rivierbedding een stuk voor Ouzina worden we tegengehouden door een Marokkaan die ons vertelt dat een paar dagen geleden 2 grote trucks zichzelf compleet vastgereden hebben bij Ramlia. Volgens hem zijn er te veel zachte modderstukken door de heftige regen van de afgelopen tijd en hij adviseert ons een veel noordelijker gelegen piste te nemen. We rijden een stuk terug naar Jdeid en rijden vanaf daar westelijk naar Fezzou. 






Mooie afwisselende piste met een ondoordringbaar gebied met zandduinen, waar wij omheen moeten rijden en een stuk voor Fezzou, een zandduintjes gebied waar we met de banden op 3 bar gemakkelijk doorheen komen. Van Fezzou rijden we naar El Fecht over een piste bijna zo glad als een biljartlaken. Zo zie je ze niet vaak. Van El Fecht gaat de route verder over een stukje asfalt richting Ait Boudaoud. Hierna nemen we weer een piste die uit moet komen bij de asfaltweg naar Zagora. Na 24 km. over zwaar terrein te hebben gereden, stuiten we op een compleet weggespoeld pad; alle bandensporen houden op en er is alleen nog maar een brede rivierbedding met enorme kiezels te zien. Aangezien het er niet naar uitziet dat de route verderop doorgaat, besluiten we om te keren en overnachten we in een prachtige kloof tussen de bergen. De piste is opnieuw wel een goede test voor de in- en uitschakelbare hydraulische cilinders die dit jaar door Twiga Travelcars onder de MAN zijn gemonteerd. De hydraulische cilinders vervangen de originele stabilisatorstangen van de truck en zorgen ervoor dat de wooncabine veel minder heen en weer wordt gezwiept op heftige pistes.
Na 15 dagen rijden, blijven we een paar dagen op camping Oasis Palmier in Zagora om was- en schoonmaakklussen te doen. 

zaterdag 14 oktober 2017

Portugal/Spanje, september/oktober 2017


Op vrijdag 15 september vertrekken we en rijden via de route du soleil door Frankrijk. Dit jaar hebben we voor het eerst onze allerbeste hond Tosh niet mee. Omdat hij zeer nerveus wordt en blijft van autorijden, hebben we besloten hem thuis te laten bij Lisa, Wieger en de kindjes. Beter voor hem en misschien ook wel voor ons. In de Ardeche bezoeken we bij Vallon-Pont d’Arc het museum L’atelier d’Aurignacien. In het museum kan je zien hoe onze voorouders 35.000 jaar geleden in de Ardeche leefden. Helaas worden er geen prehistorische gebruiksvoorwerpen getoond en de te bezoeken beroemde grot met rotstekeningen gemaakt met houtskool en oker blijkt een replica te zijn. Al met al een tegenvaller. Wel interessant is om te zien dat de oermens hier destijds samenleefde met de holenbeer en –leeuw, de wolharige neushoorn, de wolharige mammoet en het reuzenhert. 35.000 Jaar geleden heersten er in de Ardeche koele zomers (max.15 graden) en strenge winters (-15/-20)
Eenmaal in Spanje aangekomen, rijden we van oost naar west via Lleida, Zaragoza en Valladolid. We overnachten vlak voor de Portugese grens bij het stuwmeer van Ricobayo waar goed drinkwater te krijgen is. In de buurt van Braganca komen we Portugal binnen.
Van Braganca rijden we door de bergen van het Natuurpark Montesinho naar Chaves. In de buurt van Chaves overnachten we bij een voormalige watermolen bij de rio Tamega. Onderweg is aan de vele zwartgeblakerde bomen duidelijk te zien dat Portugal met veel bosbranden te maken heeft gehad deze zomer. De route gaat verder via Villa Real, Viseu, Coimbra en Santarem. Zo rustig als het was in het noorden zo druk is het in het gebied rondom Porto en Lissabon. Wij houden beslist niet van drukte en vluchten snel richting Porto Covo aan de kust onder Lissabon.



In het stuk kustgebied tussen Lissabon en Sagres kunnen nog veel zandpaden gereden worden om bij de zee te komen.
We zetten de truck op een prachtige plek naast rotsen met uitzicht op een klein eilandje met de ruïne van een Romeins fort, genaamd Ilha do Pessegueiro. Praia da ilha do Pessegueiro is een mooie baai met bijna lege stranden. 


1 Nacht hier staan lukt nog, maar de volgende middag worden we door de guarda nacional republicana met een officiële papieren waarschuwing weggestuurd. Het blijkt verboden te zijn om in het hele natuurgebied langs de kust te overnachten. Bij herhaling moeten we een boete van 200 euro betalen. De volgende dag rijden we naar de zee bij Almograve en hier mag zelfs niet overnacht worden op de parkeerplaats.
We rijden door naar praia do Amado bij Carrapateira waar een grote parkeerplaats is waar veel surfers overnachten. Hier mag je doen en laten wat je wilt: vuurtje stoken of bbqen, het maakt niet uit. Na een aantal nachten bij Amado rijden we door naar praia da Boca do Rio, vlakbij Salema. Een kleine baai met zandstrand, waar vroeger een van de grootste Romeinse nederzettingen moet zijn geweest. Opnieuw worden we aan het einde van de middag weggestuurd door de guarda. 


Wij kijken nog even bij Manta Rota en Monte Gordo vlakbij de Spaanse grens, maar het verveeld “oud vel” en de zeeën van witte Hymerdaken doen ons snel naar Spanje vluchten. In San Juan del Puerto, vlakbij Huelva, laten we bij de MAN garage een rubberring bij het achterwiel vervangen. Af en toe komt er een druppel olie uit en we laten er liever hier naar kijken dan in Marokko. Omdat de ring pas de volgende dag uit Madrid aankomt en onze truck s’nachts in de garage moet blijven staan, overnachten we in een brandschoon hostal in het dorp. Wij zijn de enige toeristen en het is erg leuk om het “ons kent ons” Spaanse dorpsleven mee te maken. Een biertje is er goedkoper dan een kop koffie en voor weinig geld gaan we heerlijk uit eten.
De laatste dagen Spanje brengen we door in Tarifa waar het af en toe regent en erg hard waait. Op donderdag 12 oktober varen we over naar Marokko.

zondag 19 februari 2017

Marokko, februari 2017


3 Kilometer onder El Argoub overnachten we bij kliffen en een baai. De volgende dag rijden we naar Dakhla om diesel te tanken en vis te kopen. De diesel in Dakhla is op en qua vis is er weinig te krijgen omdat het zeewater nog steeds te koud is. We rijden het hele stuk weer terug en tanken aan het begin van het schiereiland. Via asfalt gaan we naar Aousserd dat 200 km. verderop in het zuidoosten ligt, niet ver van de noord-zuid wall, die Marokko scheidt van de Sahrawi’s . De eerste 100 km gaan door kaal en vrij saai woestijngebied, maar daarna wordt het landschap groener en savanne-achtig. 20 Kilometer voor Aousserd nemen we een zanderige piste naar de bergformatie Laglat Deramane. Een bijzonder mooie omgeving die Mauritaans aandoet.
 
Laglat Deramane
 


Het dorp Aousserd is niet meer dan een militaire basis met een benzinestation en een paar winkeltjes met basislevensmiddelen. Ook UN Minurso heeft er een kamp. Achter Aousserd ligt een mooie bergformatie, die helaas niet toegankelijk is omdat het behoort tot verboden militaire zone. Toeristen komen hier vrijwel niet en de gendarmerie is dan ook benieuwd wat wij hier komen doen. Als ze horen dat we een piste van bijna 600 km. willen nemen naar Es Smara kijken ze zeer bezorgd. De piste gaat door militaire zone, er zijn geen dorpen en 2 meter buiten de piste rijden is volgens hun BOEM!!!  Als we laten zien dat we gps hebben en tracks op onze ipad en dat we beschikken over een satelliettelefoon, zijn ze een beetje gerustgesteld. Ze krijgen een fiche en controleren onze paspoorten en we mogen verder rijden.

De eerste 150 km. van de piste gaat over heuveltjes met zanderige oueds ertussen, vlaktes met af en toe zandstukken en wasbord  en heuvels met stenen. Het landschap is afwisselend met mooie rotsformaties, struiken, acaciabomen en blauwe lupines. Soms heeft de piste de breedte van een landrover en soms is hij een brede racebaan waar militaire bevoorradings vrachtwagens overheen denderen. Af en toe zien we nomadententen en kuddes schapen, geiten en kamelen. De temperatuur  in de woestijn is op dit moment overdag zo’n 30 graden en ’s nachts een graad of 20 lager.We overnachten in de buurt van een necropole met graven met 2 meter lange platte rechtopstaande platen steen. Dit soort tombes zijn karakteristiek voor het gebied van oued Ermima.
 
 
 
 
De 2e dag rijden we langs een grote kazerne bij Gleibat El Foula en ontdekken hier vlakbij een grote tumulus met in het midden een tombe met antennes. Die nacht slapen we in de buurt van een oued  in een savanne-achtige omgeving.  
 
De 3e dag rijden we door een anti polisario oost-west wall en komen bij de site van Gour La’wafi met puntige heuvels met op de toppen gestapelde vierkante rotsblokken waar oude gravures te zien zijn van o.a. een giraffe en een rund en van iets wat op lettertekens (Tafinaghs?) lijkt. Ook liggen er veel vuursteenwerkplaatsen en zijn er oude potscherven te vinden.
 
Gour La'wafi
 
Gour La'wafi
 
 
 
 
 
De rest van de middag blijven we op deze mooie plek staan. Af en toe komen er vriendelijke militairen in vrachtwagens langs die ons een hand geven en vragen of we water of iets anders nodig hebben. De vriendelijke en ontspannen manier waarop er met ons wordt omgegaan, verbaast ons zeer; we hadden het tegenovergestelde verwacht.

De volgende dag rijden we eerst door vrij saai heuvelachtig gebied waar veel stenen liggen en overblijfselen van oude militaire kampen. Het heuvelachtige gebied gaat over in saaie vlaktes waar slechts een enkele boom groeit en waar ook de nomaden niet willen leven. Op een gegeven moment komen we in de buurt van een militaire oefening, want we horen bommen vallen en zien rookpluimen komen uit de richting waarin wij rijden.
Woestijnvossen (fennecs) zijn blijkbaar gewend aan het geluid van vallende bommen, want we zien er een paar die hun hol vlak naast de piste hebben.



We overnachten op een vlakte bezaaid met vuursteenbrokken en -afslagen. Het enige wat we ’s nachts horen is het geluid van een uil.

De volgende 100 km. gaan over lange witte harde zand (race)banen met af en toe een mul zandstuk. De zandbanen gaan over in vlaktes met een groene waas en we overnachten bij een paar bomen op een vlakte die bezaaid is met kleine gele bloemetjes (artemisia?).

 
 

De zesde dag passeren we een aantal bewaakte waterputten die bestemd zijn voor de militairen en bereiken de asfaltweg Laayoune/Gueltat Zemmour. We rijden enkele kilometers over asfalt en vervolgen de piste richting Es Smara, waarvan het begin moeilijk te vinden is. De wind is gedraaid naar het zuidwesten en is zodanig krachtig geworden dat het stof/zand ons inhaalt terwijl we rijden. We stoppen die middag maar vroeg. Af en toe komt er een nomade langs om te vragen of alles goed met ons gaat en of er geen problemen zijn.

De 7e dag rijden we naar de pas in 2009 ontdekte prehistorische site van Laghchiwat. Een uniek gebied van 12 bij 4 km. met platte blauw/grijze marmerplaten met daarin duizenden gravures. Het is bewolkt, het waait hard en er is veel zand in de lucht. Helaas kunnen we geen enkele gravure ontdekken. Wel zien we een soort “gootstenen” met afvoergootjes boven op de marmerplaten. De rest van de dag schuilen we in de truck met als enig gezelschap een grote kudde witte en bruine kamelen met jonkies.

Laghchiwat
 
De volgende dag schijnt de zon volop en de wind is gaan liggen. Mike loopt nog eens naar de marmerplaten toe en ontdekt nu wel allemaal gravures van giraffes, herten, jagers etc. Later lezen we op internet dat de gravures van Laghchiwat alleen 2 uur na zonsopkomst en 2 uren voor zonsondergang te zien en te fotograferen zijn. We bekijken de ‘gootstenen” en de afvoergeulen nog eens nauwkeurig en komen tot de conclusie dat deze duizenden jaren geleden bewust door de mens zijn gemaakt. Wellicht zijn de gootstenen gebruikt om dieren in te slachten of vlees te bereiden en dienen de geultjes voor de afvoer van bloed.

 
 
 
Laghchiwat, gootstenen
 

Als we verder doorrijden naar Smara ontmoeten we een Italiaans echtpaar in het gezelschap van een Marokkaanse man die ook op weg zijn naar Laghchiwat.  De Marokkaanse man blijkt de ontdekker en conservator van de site van Laghchiwat te zijn. Als ik hem vraag naar de “gootstenen” blijft  hij erbij dat het door erosie ontstane bassins zijn; niet gemaakt door de mens.

We wijken af van piste RPD2 en nemen een nomadenspoor noordwaarts dat door een gebied met grote platen en brokken koraal gaat. Als Mike ’s middags de barbeque uit de garage haalt, ontdekt hij dat de Victron stroomomvormer voorover is gevallen en alleen nog aan de onderkant vast zit aan de achterwand van de woonunit. Met spanbanden probeert hij het apparaat dat misschien wel 70 kilo weegt weer tegen de wand aan te drukken en aan de onderkant te ondersteunen. Het is nu niet meer verstandig om erg stenige of hobbelige pistes te rijden.

 
 
 
De 9e dag vervolgen we de piste naar Es Smara die door militair gebied gaat. Vlakbij  een militaire schietbaan, waar op dat moment geoefend wordt, worden we tegengehouden. Een vriendelijke militair die ons hartelijk welkom in Marokko heet, rijdt ons voor om aan te wijzen hoe we om het oefenterrein heen moeten rijden. De piste stopt uiteindelijk  bij een oude Spaanse weg. Zo’n weg bestaat uit aan elkaar “geplakte” kiezelstenen waar we niet harder dan met 30 km/per uur overheen kunnen rijden.

We overnachten in de buurt van een bijna lege waterput met vies water, waar Marokkanen toch nog jerrycans komen vullen.  

10 Kilometer voor Es Smara bezoeken we een klein archeologisch museum en bekijken gravures van de site van El Asli Boukerch. Er zijn gravures uit het Tazina-, de Bovidienne- en de Libyco Amazigh-tijdperk  te zien. Een aantal rotsblokken met gravures is doormidden gebroken door de duizenden jarenlange invloed van zon, hitte en droogte.

El Asli Boukerch
 
 
 
Hebben we op 600 kilometer piste langs militair gebied geen enkele keer ons paspoort hoeven laten zien en is geen enkele keer gevraagd wat we in het gebied doen, bij Es
Smara worden we bij binnenkomst en verlaten van de stad weer uitgebreid nagetrokken.

Een stuk voor Abteh overnachten we op een verlaten plek met eierhuisjes die 4 kilometer zuidelijk ligt van de eierhuisjes die we in januari samen met Marcel en Yvon bezochten.
 
We staan een aantal dagen op camping Atlantique in El Ouatia voor wasjes, onderhoud aan truck en watertank bijvullen.  


Op weg naar Guelmim begint het te regenen en de volgende dag moeten we door wildkolkend bruin modderwater rijden om de stad in te komen. In de stad staat het water in de oueds tot aan de bodem van de bruggen. Er zijn veel mensen op de been om het waterspektakel te aanschouwen.

We blijven een paar dagen in een winderig en grijsbewolkt Plage Blanche staan. Mike ontroet de lambdasonde (zit in uitlaat), die af en toe een storingsmelding geeft. Tussen Tiznit en Agadir staan we een nachtje tussen de bloemetjes en eucalyptusbomen. Tosh is zijn ervaring van vorige jaar met een agressieve uil in het eucalyptusbos bij Chichaoua nog niet vergeten en durft geen stap tussen de bomen te zetten. De lambdasonde heeft vandaag geen storingsmelding meer gegeven tijdens het rijden.
 
 
Tussen Agadir en Taghazout wordt de kust volgebouwd met appartementen en nergens kan je meer vrij staan. We rijden door naar het bananendal Tamri en bij Tamri Plage staan we een aantal dagen tussen de windsurfers. Behalve uitgemergelde zwerfhonden loopt er een zwerver rond die net zo lang naar ons blijft staren tot we hem wat te eten geven. Dit ritueel herhaalt zich bij alle “nieuwe” mensen die arriveren.

Tamri Plage
 
 
 
In Pointe Immesouane staan we een paar nachten op de camping; er zijn meer huilende zwerfhonden dan campinggasten. We rijden verder naar Moulay Bouzerktoun, een rustig dorp vlakbij zee, waar geen voorzieningen zijn maar waar je relaxed kan staan. In Safi is de gemeentelijke camping gereduceerd tot een grasveldje waar van de camperbezitters verwacht wordt dat ze hun camper vlak op een ander zetten. Wij zetten de MAN ver van de andere campers af en even later ontploft een Duitse Hymer die in enkele seconden in lichterlaaie staat. Na veel explosies van gasflessen, wielen etc. blijft er een gesmolten bult plastic over van het voertuig. Helaas is de eigenaar van de camper ernstig verbrand aan gezicht en armen. Levensgevaarlijk om campers zo dicht opelkaar te zetten.

 
We nemen de tolweg bij Safi richting Tanger en overnachten in Larache waar inwoners van het stadje met veel enthousiasme de oude camping weer nieuw leven hebben ingeblazen. Op 7 maart verlaten we Marokko bij de grensovergang van Ceuta.