zaterdag 26 november 2016

Marokko, november 2016



Via Tazzarine en Taghbalt rijden we naar Zagora. Vanaf Taghbalt is de weg nu volledig geasfalteerd. Makkelijk rijden, maar ook wel jammer. Een paar jaar geleden kon je nog volledig piste rijden van Zagora naar Oumjrane. Vlakbij Zagora overnachten we bij een oase, waar we de meest vreselijke Marokkaanse kinderen meemaken; tot het donker wordt, staan ze op een afstandje van de truck te roepen en te zeuren om dirham, stylo en cahier. ’s Ochtends als het licht wordt, staan ze er weer.

Bij garage Sahara in Zagora laten we de 2 voorbanden verwisselen voor onze reservebanden omdat er in 1 van de voorbanden een scheur zit. De scheur zit er al sinds Europa in, maar nu in Marokko geeft dit wel een probleem als we in zand de banden willen aflaten. De jongens van de garage hebben een geweldige oplossing: de scheur vullen met afschraapsel van remblokken vermengd met superglue. Haha. Ons lijkt dit een minder goed idee en omdat we graag 2 goede reservebanden bij ons willen hebben, gaan we de band in Mohammedia laten vulkaniseren.

Eerst blijven we een paar dagen in Zagora op camping Oasis Palmier en doen hier klusjes van huishoudelijke aard. Het is dadeloogsttijd in de oase en we worden door diverse mensen verwend met trossen dadels. Op de camping ontmoeten we de Nederlanders Mark en Marinka met hun tot camper omgebouwde landrover.

Onder Zagora nemen we bij Sidi el Mokhtar een piste richting Tafraoute Sidi Ali. Het eerste stuk van de piste is erg stenig en gaat over 2 bergruggen heen. In de bergkom tussen de bergen staat een diepe waterput, waar nomaden water kunnen “tanken”voor hun vee. Een nomade heeft een “onbewaakt” tafeltje gemaakt met daarop fossielen en zelfs prehistorische vuistbijlen. Als je wilt, kan je iets uitkiezen, zelf de prijs bepalen en het geld in een plastic bakje stoppen.

 
 

Na de 2 bergruggen wordt de piste beter. Omdat de route door militair gebied voert, moeten we 4 keer stoppen bij controleposten. Als we bijna bij Tafraoute Sidi Ali zijn, begint het hard te waaien en in no time zitten we in een zandstorm. We schuilen bij een auberge met de vreselijke naam “Dinosaur KemKem”; vernoemd naar de dinosaurusbotten en -tanden die worden gevonden in het nabijgeleden KemKem gebergte. Bij de auberge is het net of we in een Mad Max film terecht zijn gekomen; 1 van de beheerders heeft een zilveren voortand in zijn verder erg vieze gebit en loopt de hele dag rond met een duikbril op zijn gezicht. De andere jongere beheerder is bijna blind. Ze zijn erg vriendelijk en hebben veel gevoel voor humor. Behalve hard waaien met veel zand gaat het ’s avonds ook nog lange tijd regenen. Als we ’s ochtends weer vertrekken, mogen we zelf bepalen wat we voor 1 nacht “schuilen” willen betalen. De man met de duikbril blijkt een ontstoken oog te hebben en vraagt, net als veel nomaden onderwerg, om oogdruppels. Omdat ik slechts 1 flesje oogdruppels bij me heb en dat soms zelf nodig heb, kan ik niet meer doen dan een paar oogdruppels in zijn oog druppelen. Als we een stukje onderweg zijn, worden we ingehaald door de bijna blinde jongen van de camping op zijn brommer!!, die voor ons gaat checken of we in verband met de gevallen regen, wel door het zoutmeer heen kunnen rijden. Mocht het niet mogelijk zijn dan leidt hij ons erom heen. Gelukkig geeft de route geen problemen.

Onder de douch of naar toalitte bij de auberge
 
Tafraoute Sidi Ali
 

Bij Tafraoute Sidi Ali verlaten we de piste en rijden over de dit jaar geasfalteerde weg via Fezzou naar Alnif. We overnachten een stukje voorbij de prachtige Todra kloof op 1600 meter hoogte. De volgende dag brengt een bergpas ons naar een hoogte van 2700 meter waar het slechts -1 graad is. De mensen in de bergdorpjes hebben het zichtbaar koud. De vrouwen lopen gewikkeld in dekens, felgekleurde badlakens of stukken plastic met hun ezeltjes naar de buiten de dorpen gelegen stukjes landbouwgebied. De mannen uit de dorpen zitten in groepen bijelkaar, doen niks, en warmen zich uit de wind, in het zonnetje op. 

Bij Lac de Tislit bij Imilchil is het slechts 4 graden en er ligt lichte sneeuw in de bermen; dit nodigt niet uit om hier een nachtje te blijven staan. De weg over de Hoge Atlas is erg slecht door de vele regen die hier kortgeleden is gevallen. Veel regen betekent modder- en stenenstromen. Tot overmaat van ramp zijn ze ook nog eens bezig met onderhoud en verbreding van een groot gedeelte van de route. We overnachten in de buurt van El Ksiba en s’ochtends staat het ijs op ons trappetje.

Tislit
 
De band met scheur wordt ter vulkanisering afgeleverd in de obscure bandenschuur tegenover de vissershaven in Mohammedia en omdat ie pas over anderhalve dag klaar is, rijden we door naar camping l’Ocean Bleu in Al Mansouria. Mike gaat op de camping zelf zijn sokken en onderbroek wassen, maar in de ogen van de Marokkaanse schoonmaakster van de camping doet hij dit zo raar, dat ze het snel van hem overneemt. Al Mansouria dat tegen Mohammedia aanligt, wordt volgebouwd met appartementen en heeft zoals ik eerder al eens vertelde, een erg vies strand vol met glasscherven.

Na 1,5 dag heeft de bandenschuur de band zeer professioneel gevulcaniseerd en dat voor maar 20 euro. Het adres is: Societe Marocaine de Pneumatiques, Rue El Ghazali, Mohammedia. Gps: N 33.42.521/W 007.23.992. We nemen de payage naar Marrakech en op elk viaduct, op- of afrit en voetgangersbrug staan militairen, motorpolitie of gendarmerie. Het blijkt dat er een 11 daagse VN milieuconferentie in Marrakech wordt gehouden. Nu snappen we waarom het land dit jaar zo schoon en opgeruimd is. Nieuw dit jaar is ook dat je nergens meer plastic zakken krijgt om je boodschappen in te doen.

Voor de stad Marrakech veel veiligheidsmaatregelen en controles. De Tizi n Tichka bergpas is voor een groot deel 3 baans geworden. 2 Banen voor het omhooggaande verkeer. Onderweg veel mannetjes die “nep”calcietgeodes aanbieden, die met ecoline knalrood, paars of roze zijn geverfd.

In het donker komen we in Ouarzazate aan en zetten de truck in de buurt van de filmstudio’s neer. De volgende dag rijden we een stukje richting Demnate en overnachten bij een verlaten oase.

 
 
 

In Skoura (1200 meter hoogte)  tanken we goed drinkwater, maken een wandeling door de oase en kopen verse geitenkaas van een coöperatie van vrouwen uit het dorp.

Oase van Skoura
 

We rijden weer terug naar Ouarzazate en nemen een piste die langs Fint en richtingTazenakht gaat. De piste is vergeleken met vorig jaar een stuk slechter geworden en veel bruggen over oueds zijn weggespoeld. We overnachten bij oued Ighls en worden ’s nachts wakker gehouden door gefrustreerde blaffende zwerfhonden.

Tussen Tazenakht en Foum Zguid
 
Tussen Foum Zguid en Mhrminia
 
Ook de weg van Tazenakht naar Foum Zguid is voor een groot deel erg beschadigd door regenbuien van vorige winter. We spreken met onze Duitse kennissen Peter en Ingrid af op camping La Palmeraie in Foum Zguid. Mike moet eerst wat takken van palmbomen bij de entree van de camping afzagen, anders kunnen we het terrein niet oprijden. De camping is nog geen jaar oud en zoals veel Marokkaanse campings alweer in staat van verval. Koude douches (de eigenaar zet de boiler steeds uit, omdat elektriciteit zo duur is), scheuren in muren, lekkende afvoeren, gootstenen vol zand etc. We hebben 2 gezellige dagen met Peter en Ingrid en rijden dan weer verder. We overnachten ergens tussen de bergen in de buurt van Tissint, bij oued Icht en bij Fask langs een oued waar veel graven, tumuli en prehistorische schrabbers en bijlen liggen. Er staat een stevige wind, af en toe regent het en de temperatuur is de afgelopen 2 dagen zo’n 10 graden gedaald naar 16/17 graden.

Oued Icht

In Guelmim slaan we boodschappen in bij de Marjane supermarkt en rijden door naar camping de L’oasis in de oase van Tighmert. Er zijn al maanden geen toeristen en dus ook geen inkomsten meer geweest en de camping ziet er vies en verwaarloosd uit. De kippen kunnen vrij het huis in en uitlopen. De eigenaren Hassan en Samira schamen zich eigenlijk wel een beetje voor de rotzooi en beginnen snel alles schoon te maken en op te ruimen. De camping heeft vanwege geldgebrek maar 1 gasfles die zowel voor de douches voor de toeristen wordt gebruikt als ook voor het eten koken voor de familie. Wordt er gekookt, wat uren kan duren, dan kan er helaas niet gedouched worden. We geven ze zakken kleding voor hun 3 kinderen, waar ze erg blij mee zijn. Mike doet onderhoud aan de truck en ik doe de was en schoonmaakklusjes. De volgende dag regent het en de oase verandert in een rode modderbak. Na een wandeling door de plakkerige rode drek zijn je schoenen een kilo zwaarder.

Ingrid en Peter komen ook op de camping en het plan is om eerst de hete bronnen te gaan zoeken die tussen Fask en Tighmert moeten liggen en ons dan te wagen aan een piste van Assa naar M'sied.

 

zaterdag 29 oktober 2016

Marokko, oktober 2016


10 Oktober nemen we de boot van Algeciras naar Ceuta. We varen dit keer met Trasmediterranea en een open retourticket kost 218,00 euro. De zee is rustig en na een uurtje varen komen we aan in Ceuta. Bij de grens is het een drukte van jewelste. Vrouwen, hun ruggen als ezels volgepakt met grote balen onbestendige goederen, lopen over stoepen die met een soort kooien zijn omgeven, over de grens. Veel Marokkanen en weinig buitenlanders die de grens over willen. Ondanks de chaos en drukte zijn de grensformaliteiten in ca. 3 kwartier gepiept. Het scheelt veel tijd als je thuis al het auto-invoerformulier (D-16ter) invult. Het formulier kan je downloaden van de site van de Marokkaanse douane. Omdat we vuile was van bijna een maand hebben liggen, rijden we eerst door naar de camping in Martil om te wassen, veel drinkwater te tanken en Marokkaanse sim-kaartjes en beltegoed te kopen. Als we willen skypen met Lisa komen we erachter dat Skype, Whatsapp, Facetime en nog veel andere gratis communicatiediensten met een Marokkaans simkaartje niet werken. Marokkaanse telecomaanbieders verdienen naar eigen zeggen te weinig en daarom hebben ze sinds maart 2016 deze diensten geblokkeerd. Dat wordt dus weer “ouderwets” bellen en emailen. ’s Avonds huilen de (straat)honden mee met het op cassetteband opgenomen gezang van de imam die oproept tot het avondgebed. In het kleine stukje groen dat nog is overgebleven tussen de in aanbouw zijnde appartementen van deze kustplaats, liggen de bewijzen van het afgelopen slachtfeest: schapenhuiden en verbrande hoorns en schedels.

In de spoelende regen rijden we naar Fes in de hoop op camping Diamant Vert op droge ondergrond te staan. De camping is onderdeel van een bungalowpark geworden en de entree is een paar honderd meter verplaatst. Helaas met zoveel regen is de camping veranderd in een park met vijvers. Er zijn meer zwerfhonden en katten, dan campinggasten.100 Dirham per nacht, zeer nette douches/wc’s.

Van Fes rijden we naar Guercif en dan richting Outat El Haj. In Guercif kopen we een accu oplader, omdat de accu van het aggregaat leeg is. Waarschijnlijk moeten we het aggregaat vaker laten draaien. We zetten de truck op een rustige plek in de woestijn. Rondom prachtig uitzicht op de bergen. ’s Ochtends om 8.10 staat er een Marokkaan met zijn uitgehongerde hond bij de truck die eten voor zichzelf en zijn hond wil hebben.

Bij het dorp Lamrija beginnen we aan een piste (Gandini) die in zuidoostelijke richting gaat. We hebben nog nooit zo’n akelig stenig/rotsige piste gereden. Aangekomen op het Rekkam plateau op zo’n 1400 meter hoogte staat er een harde koude wind en is het maar 17 graden. We dalen af naar zo’n 950 meter hoogte en rijden door tot een paar kilometer westelijk van Ain Bni Mathar en nemen dan een piste die zuidelijk gaat richting Tendrara. Het Rekkam plateau is over het algemeen een uitgestrekte en kale vlakte waar geen dorpen zijn en alleen maar nomaden in tenten leven. Zij hebben vele honderden schapen en een enkele koe of een paard, die ze hier tot de winter laten grazen. In de wat lager gelegen gebieden op het plateau groeit alfa, verder is er zeer weinig begroeiing. De temperatuur is 28 graden en het is moeilijk een schaduwplek te vinden. Sommige nomaden denken dat onze truck een “rijdende winkel” is, waar je gratis drank en sigaretten kan scoren. Ze komen van kilometers ver weg met hun pick-up naar ons toe rijden. We helpen ze snel uit hun droom.
De piste is prima te rijden. Zo glad zie je ze niet  vaak. 

Rekkam Plateau
 
 


In Tendrara, een troosteloos dorp met net zulke troosteloze inwoners, slaan we brood en groenten in. De piste die oostelijk om Chott (sebkha) Tigri heengaat, begint op de afvalbelt van Tendrara. Over het algemeen een vrij saaie piste waarbij het soms moeilijk is de goede koers te vinden. Het landschap is over het algemeen zo kaal dat we 1 dag zelfs geen enkele boom of struik zien. Het uitzicht op de Chott is wel mooi en er is een leuk stukje met zandduinen.

Chott Tigri


De piste komt uit op de weg naar Iche. Circa 30 kilometer voor Iche veranderd het landschap spectaculair. Het wordt steeds bergachtiger met rotsformaties met surrealistische vormen. In het oasedorp Iche, dat op de grens van Marokko met Algerije ligt, staat een welkomstcomitee van soldaten en de dorpsgids voor ons klaar. Het dorp ligt op de rand van een canyon en vanuit het dorp kijk je over de palmbomen van de oase heen, die in de diepte ligt. Er zijn bijna geen inwoners en er is nog geen brood te krijgen.

 
Iche


We rijden snel weg en beginnen aan de piste van Iche naar Figuig.  De eerste kilometers van de piste zijn er om de 500 meter militaire posten waar we fiches moeten inleveren. Gelukkig houden deze controles na enkele kilometers op. De piste is vrij gemakkelijk berijdbaar en gaat door prachtig grillig berglandschap. Onderweg zien we agamen (soort hagedis) en een beige/zwart gestreepte slang. In dit gebied zijn ook veel tumulussen, oude graven en prehistorische gravures te vinden.

 
 
 
 
 
 
Ca. 8 kilometer voor Figuig beginnen de militaire controles weer en zien we ook een kilometers lange aarden wal liggen tussen Algerije en Marokko. De piste ligt op een gegeven moment slechts 500 meter van de Algerijnse grens. Later horen we dat de wal bedoeld is om de uit de hand gelopen smokkel tussen de twee landen tegen te gaan.

Het oasestadje Figuig is uitgestorven en de groenteman van het dorp heeft 4 verrotte tomaten, verlepte paprika’s en tot golfballen uitgedroogde citroenen. Nou, doet u dan maar die slappe sperziebonen voor ons. Ook Figuig verlaten we snel en rijden in een zandstorm naar Bouarfa. Soms is het zicht zo slecht dat we de lampen aan moeten doen. We schuilen in het stadje achter een leegstaand gebouw. De volgende dag rijden we naar  4x4 relais “Rekkam” in Boudnib.  Op de camping, die gerund wordt door een Fransman, doen ze erg hun best om het ons naar de zin te maken en over alles in de omgeving te informeren. Erg lekker eten en als je bier wil dan kan je dat zelfs ook nog krijgen. ’s Middags steekt de zandstorm weer op en die gaat ook de volgende dag nog door. Geen pretje om met ramen en deur dicht bij een temperatuur van 28 graden de hele dag in de woonunit te zitten.

Na 2 dagen camping en 3 dagen zandstorm beginnen we aan een piste van Boudnib naar Erfoud. Vreselijk stenige/rotsige piste met soms lange oversteken door oueds met erg los zand. Erg saai vlak gebied met af en toe nomadententen en kuddes schapen. Alleen het stuk, dichter bij Erfoud, dat tussen de bergen doorvoert is landschappelijk aantrekkelijk. In de bergen zitten kleine holen, die in prehistorische tijd als schuilplaatsen werden gebruikt. De holen worden tegenwoordig  door de nomaden ook nog als schuilplek gebruikt. Boven op een bergplateau vindt Mike een werkplaats waar in prehistorische tijd vuurstenen gebruiksvoorwerpen werden gemaakt.

 
 

Voor we doorrijden naar Erg Chebbi, slaan we groenten en brood in en tanken we diesel (10 ppm!!) in Erfoud. Dit jaar is er voor het eerst deze kwaliteit diesel verkrijgbaar.

 

dinsdag 11 oktober 2016

Portugal, september/oktober 2016



 
We vertrekken op donderdag 15 september om eerst 3 dagen naar het overlandertreffen in Ranst in Belgie te gaan. Gezellig om hier bekende en nog niet bekende reizigers te treffen.

Zondagochtend vroeg vertrekken we dan echt richting Portugal en overnachten de 1e dag in de buurt van Orleans. De tweede dag overnachten we op een mooie bosachtige plek in de buurt van Angouleme, die helaas voor ons een homo-ontmoetingsplaats blijkt te zijn. De activiteiten gaan zelfs in het donker door. Zou hier  het woord “pikkedonker” vandaan komen? De derde dag rijden we tot onder Bordeaux, naar het meer van Arjuzanx, een met miljoenen EU-geld gesubsidieerd natuurreservaat. Het informatiebureau en de bruggen en wandelpaden zien er gelikt uit, maar zoals te verwachten, gelden er te veel regels. Zo mogen we er niet overnachten met de truck en daarom rijden we terug naar het dorpje Morcenx en verstoppen de truck in de bossen. ’s Ochtends worden we gewekt door huilende/blaffende honden, hoorngeschal, boe-roepende mannen en schoten: een drijfjacht. Gelukkig komt het jachtgezelschap niet te dicht in de buurt, want we hebben geen zin in hagelkorrels in de dieseltank of de banden.

In Spanje aangekomen, overnachten we in de buurt van Burgos opnieuw in een natuurgebied. Een stukje voorbij Zamora, bij het dorpje Ricobayo de Alba vinden we een leuke overnachtingsplek bij een stuwmeer van de rivier de Esla (N41.32.252 W05.58.900). Er is een strandje en je kan er gratis drinkwater tanken. Bij Miranda de Douro rijden we Portugal binnen. Meteen valt op hoe bos- en bergachtig het in het Noordoosten van Portugal is. De rivier de Douro slingert door diepe kloven tussen de bergen door en er zijn veel stuwmeren. Bij het dorpje Foz do Sabor overnachten we bij een tweesprong van de rivieren de Douro en de Sabor. In het dorp halen we bij de plaatselijke wijnboer 5 liter rode wijn voor 6,50 euro.

De volgende dag rijden we richting Castelo Branco en proberen off-road bij het stuwmeer van Marateca/Santa Agueda ( N39.58.315 W007.28.561) in de buurt van Lardosa te komen. De takken van de bomen hangen te laag op de piste, of wij zijn te hoog, in ieder geval kunnen we er op die manier niet komen. Via de normale weg lukt het wel en het blijkt een prachtig meer met langs de oevers reuze stenen, type hunebed, en eucalyptus- en naaldbomen en kurkeiken. De politie komt langs om te vertellen dat het meer gebruikt wordt voor drinkwater en dat we er niet in mogen zwemmen. Daar hadden we nou juist zin in met bijna iedere dag een temperatuur van 28 graden of meer.

Barragem de Santa Agueda


Na een dagje rust rijden we via Portalegre en Estremos naar een stuwmeer in de buurt van Igrejinha. De omgeving rond dit meer is minder mooi. Het volgende meer waar we overnachten is Pego do Altar bij Santa Susana (N38.26.287 W008.22.594). Dit is wel weer een aanrader als overnachtingsplek. Vlak voor je bij het meer bent, kan je bronwater uit een kraantje langs de weg tanken.



Aangezien het nogal warm is in het binnenland (33 gr.) rijden we verder naar de westkust om afkoeling te zoeken.
Via Alcacer do Sal en Sines komen we bij Porto Covo met zijn mooie kleine baaien met mini zandstrandjes. Helaas staan de weinige parkeerplekken die er zijn vol met campers en bovendien staan er borden dat je niet met de hond op het strand mag. Dit is sneu voor Tosh en daarom rijden we door naar het rustige dorpje Almograve en blijven 2 nachten bij het praia da Longuerinha staan. Er staan weinig campers en honden mogen hier wel op het strand. Portugezen vullen de hele dag door grote aantallen 5-liter flessen met bronwater dat via een pijpje uit de rotsen komt lopen. Misschien hebben ze thuis geen waterleiding of geen goed drinkwater en vullen ze daarom hier zoveel flessen.

Almograve
 
 


Praia de Almogeira in Aljazer is opnieuw een strand waar geen honden mogen komen en waar je ook niet mag overnachten met de camper. We rijden daarom door naar Carrapateira naar het in een natuurreservaat gelegen praia de Amado. Hier is een grote parkeerplaats waar campers ’s nachts mogen blijven staan (N37.10.395 W008.54.390). Het strand wordt druk bezocht door surfers en dagjesmensen. Mooi strand in een baai en in het natuurreservaat kan je goed wandelen. Is wel een beetje toeristisch met parasols op het strand, snackbar, surfscholen en sieradenverkopers.

Praia de Amado

We ontmoeten hier de Duitsers Steffi en Uwe met hun stoere MAN KAT 6x6. Steffi noemt Portugal het land van wc papier en vochtige doekjes. Ze heeft gelijk: bijna overal waar je met de truck parkeert of overnacht, vind je die rotzooi. Omdat we nodig weer een keer moeten douchen en niet veel water meer hebben, rijden we na een paar dagen verder om gratis water bij een benzinestation te tanken. De Algarve slaan we verder over en stoppen pas weer vlakbij de Portugees/Spaanse grens bij Monte Gordo. Er is een grote camping in het dorp maar wij parkeren de truck tegenover de camping op een rustige parkeerplaats achter de duinen (N37.10.683 W007.26.556). Praia de Santo Antonio is een prachtig langgerekt wit zandstrand en er zijn genoeg rustige plekjes te vinden om lekker te zonnen. Was het aan de Atlantische westkust 21/22 graden, hier is het weer boven de 30 en het zeewater heeft een temperatuur van ca. 28 graden.

Op 8 oktober verlaten we Portugal en rijden via Sevilla naar Tarifa in Spanje.

De sfeer in Portugal is gemoedelijker dan in Spanje. De mensen zijn vriendelijk en lijken geen haast te hebben. De wegen in Portugal zijn over het algemeen goed en qua verkeer erg rustig. Af en toe zijn er pittige afdalingen van 8%. Er zijn ook enkele tolwegen in Portugal, maar op welke wijze je daarvoor moet betalen, horen we pas als we het land alweer bijna uit zijn. Het blijkt dat je je creditcard en kenteken bij binnenkomst van het land moet registreren bij een “welcome” point. Ook kan je een soort prepaid tolkaartjes kopen bij servicepunten. De prijzen van eten/drinken in de supermarkt en brandstof liggen in Portugal hoger dan in Spanje. Uit eten gaan is daarentegen weer veel goedkoper. Qua landbouw en industrie gebeurt er in dit land volgens ons niet veel. De landbouw/wijnbouw die we zien is erg kleinschalig. Wel staat het land vol met kurkeiken en eucalyptusbomen, dus misschien dat daar inkomsten uit komen.

vrijdag 17 juni 2016

Hemelvaarttreffen, Fürstenau mei 2016



Echte woestijnratten
 
Martin
 
Ut Fryslan en de poes is ook mee
 
Together, maar niet on tour
 
Kindermeubilair
 
Gezellig ouwehoeren bij het kampvuur
 
Gaan in 2017 eindelijk naar Marokko
 
Is wat anders dan de DAF
 
Japi willen wel weer een truck
 
Scheidingplanner
 
Hugo, de brancard is wel wat groot
 
Bootje varen
 
Met baby Huub in de schaduw
 
 Meerdere toer is 't en
 
In IJsland is het kouder
 
Outbound
 
Niet weer over de fiets heenrijden
 
Cheese :)
 
 Na het flossen op de foto
 
Is anders dan 365 dagen Afrika
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

dinsdag 9 februari 2016

Marokko/Spanje, februari 2016


Op 3 februari laten we in Mohammedia bij de MAN garage een lekke oliekeerring aan het linkerachterwiel repareren. Inclusief motorolie verversen neemt dit ca. 8 uren in beslag. In Marokko hebben ze nog nooit van Deutsche of Nederlandse Grundlichkeit gehoord. Er staan 4 man bij het achterwiel waarvan er maar 1 echt aan het werk is. En verder is er binnen het bedrijf maar 1 persoon die motorolie mag verversen. Als wij de rekening willen betalen, wordt meegedeeld dat dit vanwege veranderde wetgeving alleen maar met dirhams mag. Wij hebben niet zoveel dirhams bij ons en de banken zijn al dicht. Uiteindelijk mag er wel met euro’s worden betaald op voorwaarde dat we de herkomst ervan kunnen bewijzen. Europeanen die  euro’s bij zich hebben, zijn blijkbaar nogal verdacht. Compleet gaar rijden we terug naar de camping in El Mansouria en willen onderweg nog snel een hamburger bij Mc D halen. Omdat heel Casablanca op dit tijdstip zin heeft in een hamburger en er dikke files bij de hamburgertent staan, rijden we door en halen bij een grillrestaurant een pizza, waarvan 1 een beschimmelde bodem heeft.

El Mansouria ligt tegen Mohammedia aan en er worden veel appartementen gebouwd. Potentiele kopers worden met mooie plaatjes van strand en zee gelokt om hier te gaan wonen. De realiteit is echter dat er bijna geen strand is en waar wel strand is, ligt het zand vol met glasscherven van wijn- en bierflessen die stiekem door de Marokkanen worden leeggedronken.

Van El Mansouria rijden we naar de regio Zaer Zaiane. Tot aan Ben Slimane is het landschap heuvelachtig en her en der worden druiven verbouwd. Zo te zien aan de villa's en golfbanen wonen in Ben Slimane de rijkere Marokkanen. Na Ben Slimane verandert het landschap plotseling in bergachtig met begroeiing van naaldbomen, eucalyptus en kurkeik. De snelle wisseling van landschappen maakt Marokko zo uniek. We overnachten bij een mooie oued in de buurt van Rommani, waar veel landschildpadden rondlopen. Deze hebben het erg druk met het produceren van nageslacht. Mensen die hun kudde geiten, schapen en koeien "uitlaten", doen net of ze ons niet zien.

In de buurt van Rommani



De volgende dag proberen we weer een mooie staplek te vinden, maar het lukt ons 7 uren lang niet een geschikte plek te vinden in de prachtige omgeving. We rijden door tot 32 kilometer onder Azrou, waar we de truck in het bos neerzetten. Hier blijven we een dag staan en vinden op een heuvel vlakbij de truck, artefacten gemaakt van melkkleurige vuursteen. Mike vindt ook nog een wrijfsteen die waarschijnlijk gebruikt is voor het fijnmalen van kleurstoffen. We rijden via de, volgens billboards, schoonste stad ter wereld, Ifrane, naar Fes, waar we nog wat inkopen doen. Als we onder Ouezzane een oued overrijden, gaat de telefoon en blijken Pier, Jacquelien en John ons over de oued te hebben zien rijden. We keren om en rijden terug naar de oued waar zij in de bedding staan. We hebben een onverwachte en gezellige middag met z’n vijven.

Pier, Jacquelien, John en wij

 
De volgende dag vertrekken zij naar Azrou en wij rijden via een slechte weg verder naar Chefchaouen. Het kost veel moeite om via de smalle straatjes en moeilijk te nemen bochten de camping boven op de berg te bereiken. Zodra we het campingterrein verlaten om Tosh uit te laten, worden we lastiggevallen door drugsdealers die alle soorten soft- en harddrugs in de aanbieding hebben.

Op camping Alboustane in Martil tanken we goed drinkwater voor onze terugreis naar Europa. We blijven hier 2 dagen wachten tot het minder hard waait en verlaten Marokko op donderdag 11 februari. Misschien omdat het die dag hard regent, is het erg rustig bij de grens in Ceuta. De douane checkt wel even of er een verstekeling tussen het chassis of in onze garage zit. Om 11 uur staan we op het haventerrein om met de boot over te steken naar Algeciras, maar omdat het buiten het seizoen is, vertrekt de boot pas om half 3. Na een uurtje varen, arriveren we in Algeciras. Het weer is niet opgeknapt en daarom rijden we niet door naar Tarifa, maar besluiten via de oostkust van Spanje richting het noorden te rijden. In Palmones (afslag 112), dat vlak buiten Algeciras ligt, halen we "lekkere" dingen bij de Lidl die tijdens onze reis in Marokko niet of moeilijk te krijgen waren: wijn, bruin brood, vleeswaren, chocoladerepen, ijsbergsla, Griekse yoghurt. We overnachten in de buurt van Marbella. De volgende  dag nemen we een verkeerde afslag en rijden via Granada naar Almeria. Een hele omweg, maar wel een door het prachtige berggebied van de Sierra Nevada. We overnachten aan de kust bij Carboneras. 's Nachts en ook de volgende dag waait het zo hard, dat we besluiten verder te rijden. We vinden een mooie plek bij Playa Macenas vlak voor Mojacar. Na 1 overnachting worden we weggestuurd omdat het blijkbaar verboden is aan het strand te parkeren. De volgende overnachtingsplek is onder Vera. Hier rijden alleenstaande mannen in vooral witte auto's rondjes langs de bosjes bij het strand. Duidelijk is hier iets aan(us) de hand.
Vlak voor Pulpi parkeren we de truck opnieuw in de buurt van het strand. We blijven hier 3 dagen staan en kunnen zelfs een dag in de zon zitten bij 17 graden.

Pulpi

In de buurt van Aguilas staan de baaien vol met bejaarde overwinteraars in gewone campers. In Canada de Gallego staat het ook vol, voornamelijk met Duitse overwinteraars, maar vinden we toch een mooie plek met veel privacy. Je kunt hier leuke wandelingen maken in de bergachtige niet erg toeristische omgeving en er is een mooie baai genaamd Les Percheles. 

Playa de Percheles
 
 

Op een van onze wandelingen over de rotsen ziet Mike plotseling een slang wegschieten. Vergeleken met Nederland is de temperatuur in dit deel van Spanje erg aangenaam op dit moment. Sommige dagen is het 19 graden. Als het weer slechter wordt, rijden we verder naar het noorden. Onze laatste overnachtingsplek in Spanje is meestal Platja Llarga bij Monars. Dit keer is de parkeerplaats bij het strand gebarricadeerd met grote rotsblokken om te voorkomen dat hier campers gaan staan. Ook zijn er allemaal parkeerverbodsborden geplaatst. We overnachten daarom maar ergens op een parkeerplaats langs de peage. Via de Route du Soleil rijden we verder naar Nederland.